Naar hoofdinhoud
Een eerste bewonersparkeervergunning kan worden verleend aan de eigenaar of houder van een motorvoertuig die volgens de gemeentelijke basisadministratie woont in een gebied waar belang-hebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn, en niet beschikt over parkeergelegenheid op eigen terrein volgens het register van het Kadaster. Een tweede bewonersparkeervergunning kan worden verleend aan de eigenaar of houder van een motorvoertuig die volgens de gemeentelijke basisadministratie woont in een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn. Een bewonersparkeervergunning wordt geweigerd indien er ten behoeve van de aanvrager of het adres van de aanvrager parkeergelegenheid is gerealiseerd in de vorm van een gebouwde voorziening. Tot de adressen waarvoor parkeergelegenheid is gerealiseerd in de vorm van een gebouwde voorziening als genoemd in lid 3 behoren alle adressen opgenomen op de parkeren op eigen terrein (POET)-lijst. Burgemeester en wethouders stellen vast op welke wijze het maximum aantal uit te geven tweede bewonersparkeervergunningen voor gebieden die zijn aangewezen als bestemd voor deze categorie vergunninghouders, het zogenaamde vergunningenplafond, wordt bepaald.

Rechtspraak bij dit artikel