Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.4

Artikel 4.4.3

Over- en onderbouwing van de openbare ruimte – stedelijk gebied

Onderdeel van Handboek kabels en leidingen 2021 gemeente Molenlanden

Indien leidingen onder een overbouwing worden gesitueerd, dan dient de hoogte van de overbouwing ten opzichte van het ter plaatse vastgestelde uitgiftepeil minimaal 2,50 m te bedragen, in verband met de benodigde werkruimte voor mechanisch en ander materieel. Bij toepassing van koppelbalken dient de bovenkant van de koppelbalken ten minste 2,00 m onder het ter plaatse vastgestelde uitgiftepeil te worden aangebracht. De ruimte tussen de koppelbalken moet worden voorzien van een gewapendbetonplaat waarboven de leidingen een veilige ligging verkrijgen. Indien leidingen boven een onderbouwing worden gesitueerd, dan dient de diepte van de onderbouwing ten opzichte van het ter plaatse vastgestelde uitgiftepeil ten minste 2,00 m te bedragen, in verband met benodigde gronddekking voor leidingen.

Rechtspraak bij dit artikel