Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6. › Paragraaf 6.2

Artikel 6.2.2

Uitzonderingen

Onderdeel van Handboek kabels en leidingen 2021 gemeente Molenlanden

Er kunnen zich echter situaties voordoen waarbij het verwijderen niet direct wenselijk is, zoals: het buiten gebruik stellen van een leiding(deel) terwijl er geen andere activiteiten in de ondergrond of aan het oppervlak plaatsvinden; het ontstaan van een risicovolle situatie aan objecten in de directe omgeving van de leiding. als het dermate hoge kosten met zich meebrengt dat het niet maatschappelijk verantwoord is ter beoordeling van de vergunningverlener. Na toestemming van de vergunningverlener kan de leiding(deel) dan tijdelijk worden gehandhaafd. Hiervoor gelden dan de volgende extra eisen: leidingen die voor langere tijd buiten bedrijf worden gesteld, moeten worden ontkoppeld, geleegd, afgedicht en vol gezet op basis van cement, schuim of dämmeren. uit leidingen die permanent buiten dienst worden gesteld, moeten slurry, schraapsel, afvalstoffen en achtergebleven stof worden verwijderd en op passende wijze worden afgevoerd; de leiding moet op aanwijzing van de gemeente alsnog worden verwijderd als de gelegenheid zich voordoet, bijvoorbeeld in combinatie met wegonderhoud of aanleg van nieuwe leidingen in of direct naast het tracé en op verzoek van de vergunningverlener. Eventueel hieruit voortvloeiende kosten van stagnatie komen voor rekening van de leidingexploitant.

Rechtspraak bij dit artikel