**1..** Niet-zelfstandige woonruimte: als niet-zelfstandige woonruimte gelden in ieder geval:
hotel/pension;
trekkerswoonwagen;
klooster;
tweede woning;
niet permanent bewoonde vakantie- of recreatiewoning;
gehuurde kamer
Een kostganger heeft een niet zelfstandige woonruimte;
Indien sprake is van woonlasten, dan is er wel sprake van een zelfstandige woonruimte.
**2..** Noodzakelijke woonruimtes: als noodzakelijke woonruimtes gelden in ieder geval:
Woonkamer;
aanwezige en gebruikte slaapkamer(s);
keuken;
sanitaire ruimten;
daadwerkelijk gebruikte berging.
**3..** Gebruikelijke hulp (artikel 1.1.1 Wmo): het college past het begrip gebruikelijke hulp toe overeenkomstig begripsomschrijving.
Hoofdstuk 4
Artikel 17
Begrippen in verband met ondersteuning bij zelfstandig wonen
Onderdeel van Beleidsregels Wmo gemeente Zwartewaterland 2021