**1..** Voor een activiteit waarvoor overeenkomstig de daarop toepasselijke beoordelingsregels, bedoeld in deze verordening, geen omgevingsvergunning kan worden verleend, of die niet overeenkomstig de voor de activiteit geldende algemene regels uit deze verordening kan worden uitgevoerd, kan nochtans een omgevingsvergunning worden verleend als wordt voldaan aan de volgende criteria:
Er zijn geen geschikte alternatieven en het doorgang vinden van de activiteit is noodzakelijk in verband met het oog op een van de doelen, bedoeld in artikel 1.13;
De activiteit levert een bijdrage aan het bereiken van een of meer omgevingsdoelen of omgevingswaarden en leidt niet tot een onevenredig nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving;
Het met de weigering van de omgevingsvergunning of met handhaving van de algemene regel te dienen belang is onevenredig in verhouding tot het oogmerk van de activiteit.
**2..** Bij de toepassing van het eerste lid weegt het college de rechtstreeks bij de activiteit betrokken omgevingswaarden of omgevingsdoelen af voor zo ver niet uit een instructieregel [na 1-1-2022: Besluit kwaliteit leefomgeving of de provinciale Omgevingsverordening of het omgevingsplan] of de aard van de betrokken activiteit een beperking voortvloeit.
Hoofdstuk 1 › Paragraaf
Artikel 1.4
Algemene beoordelingsregels
Onderdeel van Verordening kwaliteit leefomgeving gemeente Enschede