Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › Paragraaf

Artikel 5.23

Aanwijzing als beschermd gemeentelijk stads- en dorpsgezicht

Onderdeel van Verordening kwaliteit leefomgeving gemeente Enschede

1.. De gemeenteraad kan – op voorstel van het college - stads- en dorpsgezichten aanwijzen als beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht. 2.. Burgemeester en wethouders zenden het voorstel voor advies aan de gemeentelijke adviescommissie, bedoeld in artikel 5.26. Tegelijkertijd wordt mededeling gedaan van het voorstel om een stads- en dorpsgezicht als beschermd stads- en dorpsgezicht aan te wijzen aan alle zakelijk gerechtigden op een onroerende zaak die vermeld staan in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Kadasterwet. 3.. De voorbescherming van artikel 5.15 juncto 5.20 en 5.21 is van overeenkomstige toepassing. De voorbescherming vervalt op het moment van inschrijving van de aanwijzing in het gemeentelijk erfgoedregister of op het moment waarop het aanwijzingsbesluit wordt herroepen of door de bestuursrechter wordt vernietigd. 4.. De beoordeling van de beschermwaardigheid van een stads- en dorpsgezicht vindt plaats op basis van de door het college vast te stellen nadere regels en/of selectiecriteria. 5.. Een aangewezen gemeentelijk stads- of dorpsgezicht wordt onverwijld opgenomen in het gemeentelijk erfgoedregister. 6.. De gemeenteraad stelt ter bescherming van een op grond van het eerste lid aangewezen beschermd stads- of dorpsgezicht een bestemmingsplan vast als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening [na inwerkingtreding Omgevingswet: een omgevingsplan vast ]. Bij het besluit tot aanwijzing van een beschermd stads- en dorpsgezicht kan hiertoe een termijn worden gesteld. 7.. Bij het besluit tot aanwijzing van een beschermd stads- of dorpsgezicht wordt bepaald of en in hoeverre geldende bestemmingsplannen[ na inwerkingtreding van de Omgevingswet: in hoeverre het omgevingsplan] als beschermend plan in de zin van het vorige lid kunnen [ kan ] worden aangemerkt, dan wel of een beheerverordening kan worden vastgesteld. 8.. Dit artikel is niet van toepassing op beschermde stads- en dorpsgezichten die zijn aangewezen door de betreffende Minister of op basis van een provinciale Erfgoedverordening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel