Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf

Artikel 2.10

Antenne-installaties zendamateurs

Onderdeel van Verordening kwaliteit leefomgeving gemeente Enschede

Het is verboden om zonder een omgevingsvergunning een antenne-installatie hoger dan 5 meter op te richten, te plaatsen of geplaatst te houden. Een omgevingsvergunning kan worden verleend indien: a. er sprake is van een positief welstandsadvies; de antenne-installatie wordt gebruikt voor zenden of ontvangen van radiosignalen in het kader van de vrijheid van meningsuiting als bedoeld in artikel 10 van het Europees Verdrag ter bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM); per woning en/of perceel slechts sprake is van één antenne-installatie. Aan een antenne-installatie mogen meerdere antennes worden opgehangen; de aanvrager beschikt over een Radio Amateur Radio Station Licence; geen sprake is van plaatsing van een antenne-installatie in bij of aan een beschermd monument of beschermd stads- en dorpsgezicht; in de woonmilieus “villa’s in het groen”, “bedrijfsmilieus” en “landelijke milieus”(groene gebieden op de uitwerking van de woonmilieukaart, zie bijlage 2.10) zijn vrijstaande antenne-installaties met een hoogte van maximaal 15 meter toegestaan. De hoogte wordt gerekend vanaf het maaiveld tot aan de top van de hoogste antenne. In deze woonmilieus zijn antenne-installaties bevestigd aan de gevel of het dak van de woning mogelijk, als de totale hoogte daarvan maximaal 15 meter is. De hoogte wordt gerekend vanaf het maaiveld tot aan de top van de antenne; binnen de woonmilieus “groene woonwijken” en “dorps milieu” (oranje gebieden op de uitwerking van de woonmilieukaart, zie bijlage 2.10) worden vrijstaande antenne-installaties met een hoogte van maximaal 15 meter mogelijk gemaakt. De hoogte wordt gerekend vanaf het maaiveld tot aan de top van de hoogste antenne. Plaatsing is hier alleen mogelijk op woonpercelen die aan 2 of meer zijden grenzen aan de openbare ruimte, uitsluitend op een afstand van maximaal 2 meter van de achter- of zijgevel van de woning en op een afstand van minimaal 5 meter uit de erfgrens (met de buren). In deze woonmilieus zijn ook antenne-installaties bevestigd aan de gevel of het dak van deze hoekwoningen mogelijk. De totale hoogte daarvan is maximaal 15 meter (gerekend vanaf maaiveld tot aan de top van de antenne); in de overige woonmilieus (“centrum stedelijk”, “stedelijk compact”, “stedelijke villa’s “, “suburbaan wonen” en “wijkcentrum wonen”) (rode gebieden op de uitwerking van de woonmilieukaart, zie bijlage 2.10 ) worden (vrijstaande) antenne-installaties niet mogelijk gemaakt (tenzij vergunningvrij).

Rechtspraak bij dit artikel