**1..** Het bevoegd gezag stelt een plaatsingscommissie in die als taak heeft het bevoegd gezag te adviseren over:
de plaatsing van de medewerker die als niet-functievolger is aangemerkt en daardoor in aanmerking komt voor een andere passende en/of geschikte functie;
de functievolger die als gevolg van overtolligheid niet geplaatst kan worden en daardoor in aanmerking komt voor een andere passende en/of geschikte functie;
de functievolger die belangstelling heeft getoond voor een andere functie;
de medewerker die bedenkingen heeft tegen zijn plaatsing en het te nemen plaatsingsbesluit
een en ander met inachtneming van de uitgangspunten en bepalingen die zijn vastgelegd in dit hoofdstuk;
het eventueel aanpassen van de “was” situatie.
**2..** De plaatsingscommissie bestaat uit:
een lid, aangewezen door het bevoegd gezag;
een lid, aangewezen door de vakorganisaties in het BGO;
een onafhankelijk voorzitter, benoemd op voordracht van beide leden.
Medewerkers en werkgevers van latende organisaties kunnen geen lid zijn van de plaatsingscommissie.
**3..** De commissie wordt bijgestaan door een secretaris. De secretaris is geen lid van de commissie.
**4..** De directeur van de nieuwe organisatie geeft de plaatsingscommissie alle informatie van de te plaatsen medewerkers die nodig is, zodat de plaatsingscommissie kan vaststellen of sprake is van overtolligheid en passende of geschikte functie. Zonodig kan de plaatsingscommissie aan de directeur om aanvullende informatie vragen.