De burgemeester kan de exploitatievergunning intrekken:
a. indien blijkt dat de exploitatievergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;
b. indien de omstandigheden of inzichten op grond waarvan de exploitatievergunning is afgegeven zodanig zijn gewijzigd dat een situatie is ontstaan als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder f, van deze verordening;
c. indien gehandeld wordt in strijd met de aan de exploitatievergunning verbonden voorschriften en/of beperkingen;
d. indien de exploitatie van een speelautomatenhal voor een periode van langer dan zes maanden wordt onderbroken;
e. indien de exploitant of beheerder van de speelautomatenhal strafbare feiten pleegt in de inrichting, of toestaat of gedoogt dat in zijn inrichting strafbare feiten worden gepleegd.
Hoofdstuk II Bepalingen ten aanzien van een speelautomatenhal en de exploitatievergunning
Artikel 8
Intrekkingsgronden exploitatievergunning
Onderdeel van Verordening op de speelautomatenhallen Alphen aan den Rijn 2021