De ondersteuningsvraag HO wordt door of namens een cliënt bij het Sociaal Team van gemeente Buren gemeld. De gemeente onderzoekt met de cliënt (of diens vertegenwoordiger) en waar mogelijk met de mantelzorger(s) en desgewenst familie de ondersteuningsbehoefte. De uitkomsten hiervan worden in het ondersteuningsplan vastgelegd. Hierbij worden de volgende zaken in beeld gebracht:
De behoeften en persoonskenmerken;
Welke beperkingen cliënt ondervindt in het schoon en leefbaar houden van de woning;
Het gewenste resultaat van het verzoek om ondersteuning;
De eigen mogelijkheden om in de ondersteuningsbehoefte te voorzien of door inzet van:
- de naaste omgeving (mantelzorg of andere personen uit het sociaal netwerk)
- gebruikelijke hulp
- een algemene voorziening
De behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de cliënt.
De Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Buren 2020, de hieruit voortvloeiende beleidsregels en het gemeentelijke normenkader[1] vormen het toetsingskader aan de hand waarvan het Sociaal Team een passende toewijzing vaststelt.
Als cliënt in aanmerking komt voor HO maakt deze een keuze uit de gecontracteerde aanbieders. Een cliënt kan ook kiezen voor een pgb om de HO vorm te geven. De uitkomst van het gesprek wordt vastgelegd in een ondersteuningsplan, waarin de te behalen resultaatgebieden opgenomen zijn, maar ook welke huishoudelijke activiteiten cliënt zelf en met de naaste omgeving kan uitvoeren. Het normenkader wordt als bijlage van het ondersteuningsplan toegevoegd en aan de cliënt opgestuurd. Er wordt ook een beschikking opgesteld welke naar de cliënt toegestuurd wordt. Naar de desbetreffende aanbieder wordt een iWmo 301-bericht (startbericht) gestuurd. Nadat de aanbieder een iWmo 301-bericht heeft ontvangen, maakt de aanbieder samen met de inwoner binnen tien werkdagen werkafspraken over de uitvoering van de maatwerkvoorziening HO – met inachtneming van het KPMG-normenkader van regio Rivierenland - en legt die werkafspraken vast in het dossier van de cliënt. De gemeente hoeft hier geen documentatie van te ontvangen. Echter moeten deze werkafspraken wel inzichtelijk zijn voor de cliënt, en te allen tijde desgewenst op te vragen zijn door gemeente ter verantwoording.
Ondersteuning bij het huishouden door de gemeente neemt de verantwoordelijkheid van de cliënt niet over, maar helpt de cliënt om het huis schoon en leefbaar te houden. Dit kan door het basisresultaatgebied Schoon en leefbaar huis en/of aanvullende resultaatgebieden in te zetten.
[1] Het gemeentelijke normenkader is gebaseerd op het regionale onderzoek en rapport Passend beleid Huishoudelijke Ondersteuning regio Rivierenland van KPMG Advisory N.V (juni 2019).