Naar hoofdinhoud
1. Welstandsvrije gebieden. Voor gebieden die niet in een aangegeven welstandsgebied zijn gelegen, zoals in bijlage 5 aangegeven, gelden geen welstandscriteria. Ontwikkelingen in deze gebieden zijn welstandsvrij.Verder zijn veranderingen aan achterzijden van bouwwerken gelegen in de hieronder genoemde welstandsgebieden, niet van de openbare weg af zichtbaar, welstandsvrij en gelden ook hier geen welstandscriteria. 2. Welstandsvrije categorie bouwwerken. Erfafscheidingen zijn welstandsvrij. Dit betekent dat ook in gebieden met welstandscriteria erfafscheidingen niet getoetst worden aan redelijke eisen van welstand. In het gemeentelijke planologische kruimelbeleid is tevens opgenomen dat erfafscheidingen overal, ook op hoeksituaties, maximaal 2 meter hoog mogen zijn mits de verkeersveiligheid (op hoeksituaties) niet in het geding is. 3. Gebieden met welstandscriteria In bijlage 5 zijn in rood de gebieden aangegeven waarvoor de hierna genoemde welstandscriteria van toepassing zijn. Het betreft voornamelijk historische dorpskernen met aanverwante straten en gedeelten in uitbreidingsgebieden. Hoebenakker komt te vervallen omdat het gebied is afgebouwd. De gebiedskaarten zijn verdeeld in de gebieden: Nederweert Strateris-Hovensteeg Budschop Ospel Leveroy Beeldkwaliteitsplan Merenveld Beeldkwaliteitsplan Tiskeswej Beeldskwaliteitplan Hoebenakker-Salmespad 4. Welstandscriteria Er wordt onderscheid gemaakt tussen de algemene en de specifieke welstandscriteria. Bij een welstandsbeoordeling moet aan beide criteria worden getoetst. Algemene welstandscriteria: de verschijningsvorm van een bouwwerk heeft een relatie met het gebruik ervan en de wijze waarop het is gemaakt, terwijl de vormgeving daarnaast ook zijn eigen samenhang en logica heeft (relatie vorm, gebruik en constructie) een bouwwerk levert een positieve bijdrage aan de kwaliteit van de openbare (stedelijke of landschappelijke) ruimte. Daarbij worden hogere eisen gesteld naarmate de openbare betekenis van het bouwwerk of van de omgeving groter is (relatie bouwwerk en omgeving) verwijzingen en associaties van een bouwwerk moeten zorgvuldig worden gebruikt en uitgewerkt, zodat er concepten en vormen ontstaan die bruikbaar zijn in de bestaande maatschappelijke realiteit (betekenis van vormen in de sociaal-culturele context) van een bouwwerk wordt verwacht dat er structuur is aangebracht in het beeld, zonder dat de aantrekkingskracht door simpelheid verloren gaat (evenwicht tussen helderheid en complexiteit) van een bouwwerk wordt verwacht dat het een samenhangend stelsel van maatverhoudingen heeft dat beheerst wordt toegepast in ruimtes, volumes en vlakverdelingen (schaal- en maatverhoudingen) van een bouwwerk wordt verwacht dat materiaal, textuur, kleur en licht het karakter van het bouwwerk zelf ondersteunen en de ruimtelijke samenhang met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan duidelijk maken (relatie materiaal, kleur, textuur en licht) Specifieke welstandscriteria: Bebouwing en omgeving: mate van open- en geslotenheid is leidend voor veranderingen situering en oriëntatie van bebouwing mag de continuïteit van de samenstellende ruimtevormende elementen van de openbare ruimte van het bebouwingslint, de weg en de bomen, niet verstoren diversiteit in gevelwanden staat in relatie met de karakteristiek en de ontstaansperiode van de bebouwing van de omgeving Bebouwing op zich: individualiteit van de bebouwing staat centraal bestaande bouwmassa is leidend bij veranderingen samenvoeging van bouwmassa’s is ongewenst Materiaal, detaillering en kleur: bestaand materiaal- en kleurgebruik is uitgangspunt. Afwijkingen hiervan zijn mogelijk, mits passen binnen de karakteristiek van het individuele pand en de omgeving Genoemde welstandscriteria zijn alleen van toepassing bij veranderingen of nieuwbouw van voor- en zijgevels die van de openbare weg af zichtbaar zijn. 4. Welstandsniveaus Nu er voor gekozen is om alleen nog de cultuurhistorische dorpskernen en daaraan verwante straatdelen aan een welstandstoets te onderwerpen, en het overige deel binnen de gemeente welstandsvrij te maken, wordt er geen onderscheid meer gemaakt in welstandsniveaus. 5. Handhaving en excessenregeling Het bevoegd gezag is bevoegd handhavend op te treden op grond van welstand daar waar bij een vergunningplichtige bouwactiviteit in een welstandsgebied wordt afgeweken van de verleende vergunning. De Woningwet biedt het bevoegd gezag de mogelijkheid om repressief tegen excessen op te treden. Dit geldt niet alleen voor alle bestaande gebouwen en bouwwerken waarvan voor het bouwen een omgevingsvergunning is verleend. Het geldt ook voor alle bestaande gebouwen en bouwwerken waarvoor geen omgevingsvergunning hoeft te worden aangevraagd en die gelegen zijn in een welstandsgebied waarvoor welstandscriteria zijn vastgesteld. Er is sprake van een exces wanneer een bouwwerk of een gedeelte daarvan op overduidelijke wijze, dus ook voor niet-deskundigen zichtbaar, in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand. Het gaat in gevallen van een exces altijd om ernstige ontsiering van een bouwwerk of een gedeelte daarvan in relatie tot de omgeving. Deze excessenregeling is uitsluitend van toepassing voor de welstandsgebieden waarvoor welstandscriteria zijn opgenomen in deze nota. In de volgende gevallen kan sprake zijn van een exces: het visueel of fysiek afsluiten van een bouwwerk voor zijn omgeving het ontkennen of vernietigen van architectonische bijzonderheden bij aanpassing van een bouwwerk armoedig materiaalgebruik toepassing van felle of contrasterende kleuren te opdringerige reclames in geval er een te grove inbreuk wordt gemaakt op wat in de omgeving gebruikelijk is

Rechtspraak bij dit artikel