Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › § 2.2

Artikel 9

B058 - Bijzondere bijstand voor vaste lasten tijdens verblijf in inrichting

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Laarbeek 2021

1.. Kosten om de woning aan te houden bij tijdelijk verblijf in een inrichting worden aangemerkt als bijzonder noodzakelijke kosten van het bestaan, om te voorkomen dat belanghebbende dakloos wordt bij ontslag uit de inrichting. 2.. Bijzondere bijstand wordt verleend tot einde verblijf in inrichting maar niet langer dan 12 maanden gerekend vanaf de datum zoals vastgesteld conform het derde lid. 3.. Bijzondere bijstand wordt verstrekt vanaf het moment dat de algemene bijstandsnorm wijzigt naar de norm verblijf in een inrichting. 4.. Bijzondere bijstand kan worden verstrekt voor de volgende (onvermijdelijke) kosten: Huurwoning: Huur; Vastrecht gas, licht en water. Eigen woning: Rente en aflossing hypotheek, minus hypotheekaftrek; Vastrecht gas, licht en water; Rioolrechten; Eigenaarsdeel van de waterschapslasten; Eigenaarsdeel van de onroerendezaakbelastingen; Brand- en opstalverzekering; Onderhoud eigen woning conform (maximaal) de norm voor gemiddelde onderhoudskosten van de VEH. De woonkostentoeslag wordt berekend aan de hand van de kostenposten onder b. onder aftrek van de draagkracht op grond als bedoeld in het vijfde lid. 5.. De draagkracht als bedoeld in dit artikel is 100% van het inkomen boven de van toepassing zijnde bijstandsnorm en wordt vastgesteld met inachtneming van de beleidsrichtlijnen B064 Draagkrachtperiode en B065 wijziging draagkracht tijdens de draagkrachtperiode.

Rechtspraak bij dit artikel