Naar hoofdinhoud
De toegangsprocedure wordt hieronder beschreven. 2.1 Melding bij gemeente Een cliënt kan een melding bij de gemeente indienen om in aanmerking te komen voor een maatwerkvoorziening of anderszins, via een zogenaamde meldingsformulier, als hij zijn hulpvraag niet zelf of vanuit het eigen netwerk kan oplossen. Na ontvangst van het meldingsformulier door de gemeente, maakt de gemeente een afspraak met de cliënt voor een gesprek, bij voorkeur bij de cliënt thuis. Tijdens het gesprek wordt de ondersteuningsbehoefte vastgesteld, door middel van een onderzoek naar de ondersteuningsbehoefte van de cliënt, waarbij de omgeving en het netwerk van de cliënt worden betrokken. Het resultaat van het onderzoek is het verkrijgen van een actueel beeld, van de ondersteuningsbehoefte betreffende de cliënt. In eerste instantie wordt met de cliënt gekeken naar oplossingen uit eigen kracht, het eigen netwerk, voorliggende voorzieningen, algemeen gebruikelijke voorzieningen en algemene voorzieningen. Alle relevante informatie uit dit onderzoek, wordt vastgelegd in een onderzoeksverslag. Dit onderzoeksverslag dient de cliënt te ondertekenen, indien hij een aanvraag wil indienen voor een maatwerkvoorziening. Een door de cliënt ondertekend onderzoeksverslag wordt gezien als de aanvraag voor de maatwerkvoorziening. 2.2 Beschikken op de aanvraag Na de aanvraag ontvangt de cliënt een beschikking ter toekenning of ter afwijzing van de maatwerkvoorziening. Het onderzoeksverslag en het ondersteuningsplan maken integraal onderdeel uit van deze beschikking. 2.3 Evaluatie Vanaf het moment waarop de gewenste maatwerkvoorziening is ingezet zal deze periodiek geëvalueerd worden. Deze evaluatie vindt plaats binnen de driehoek: cliënt, aanbieder en het college. Evaluaties vinden bij voorkeur eenmaal per half jaar plaats, tenzij het om langdurige indicaties gaat. Dan kan een langere termijn, afgestemd op de looptijd van de indicatie, worden gehanteerd. Bij deze keuze is het van belang om doelmatigheid in acht te nemen, gebaseerd op de beoogde resultaten en de verwachting tot het vóórkomen van wijzigingen in de situatie van de cliënt aan de hand van de reeds bij het college bekende informatie. In de evaluatie wordt onderzocht of de ingezette maatwerkvoorziening daadwerkelijk leidt tot de beoogde resultaten. Wanneer blijkt dat er sprake is van een veranderde ondersteuningsbehoefte (meer of minder ondersteuning nodig), welke potentieel zou kunnen leiden tot een andere maatwerkvoorziening of beëindiging van de voorziening, wordt een heronderzoek ingepland. Op basis van dit heronderzoek wordt bepaald of een nieuwe indicatie wordt afgegeven. Bij de beëindiging van ondersteuning zal een eindevaluatie worden uitgevoerd waarin onderzocht wordt of de gewenste resultaten behaald zijn. Bij trajecten met een kortere looptijd dan 6 maanden wordt alleen een eindevaluatie uitgevoerd. Het doel van de evaluatie is te onderzoeken of de inzet van de maatwerkvoorziening leidt naar het beoogde resultaat en op deze manier op een systematische manier ervoor te zorgen dat er structureel passende ondersteuning geboden wordt, gebaseerd op de ondersteuningsbehoefte van de cliënt.

Rechtspraak bij dit artikel