Op grond van het Besluit omgevingsrecht bestaat er een verplichting tot het vaststellen van het handhavingsbeleid en moet in dit beleid gemotiveerd worden aangegeven welke doelen worden gesteld en welke activiteiten worden uitgevoerd om deze doelen te bereiken (art. 7.2 lid 1).
Daarnaast bestaat op grond van dit besluit de verplichting om het handhavingsbeleid minstens eenmaal per jaar te evalueren en zo nodig aan te passen (art. 7.7 lid 2). Hieronder valt ook de afstemming met en op het handhavingsbeleid van andere betrokken bestuursorganen en de organen die zijn belast met de strafrechtelijke handhaving. Andere verplichtingen die uit dit besluit voortvloeien zijn:
dat het handhavingsbeleid gebaseerd moet zijn op een analyse van de problemen die zich kunnen voordoen met betrekking tot de naleving van de wet en regelgeving waarvoor de gemeente het bevoegde gezag is (art. 7.2 lid 2);
dat er inzicht moet worden gegeven in de prioriteitenstelling en de uitvoeringsmethodiek (art. 7.2 lid 3);
dat er inzicht moet worden gegeven in de strategie die wordt gehanteerd met betrekking tot de wijze waarop het toezicht wordt uitgeoefend, de rapportage van de bevindingen van dit toezicht en het vervolg dat daaraan wordt gegeven, de wijze waarop bestuurlijke sancties en de daarin opgenomen termijnen worden gehanteerd, de onderlinge afstemming van de strafrechtelijke handhaving en de wijze waarop wordt omgegaan met overtredingen, die door of in naam van het eigen bestuursorgaan of door andere organen behorende tot de overheid, zijn begaan (art. 7.2 lid 4).
om in het handhavingsbeleid tevens inzicht te geven in de afspraken die zijn gemaakt (samenwerking en afstemming) met de andere betrokken bestuursorganen en de organen die zijn belast met de strafrechtelijke handhaving, over de samenwerking bij en de afstemming van de werkzaamheden (art. 7.2 lid 5).
dat het college van burgemeester en wethouders het handhavingsbeleid bekend maken aan de gemeenteraad (art. 7.2 lid 6).