Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.1

Toezicht en handhaving

Onderdeel van Integraal handhavingsbeleid 2021 gemeente Hilvarenbeek

Zoals in de inleiding al werd aangegeven is handhaving, simpel gezegd, niets anders dan het doen naleven van de regels. Om dit doen naleven te bewerkstelligen heeft de wetgever het bevoegd gezag twee verschillende instrumenten gegeven: het houden van toezicht, en; het handhaven en eventueel sanctioneren van geconstateerde overtredingen. Toezicht houdt in: het verzamelen van informatie om na te gaan of een handeling of zaak voldoet aan de daaraan gestelde eisen, het zich daarna vormen van een oordeel daarover en het eventueel naar aanleiding daarvan interveniëren. Het toezicht is gericht op burgers, ondernemers en instellingen. Handhaving houdt in het zo nodig afdwingen van de naleving van door de overheid gestelde regels. Beginselplicht tot handhaving Wanneer een toezichthouder constateert dat er sprake is van overtreding van een wettelijk voorschrift (bijvoorbeeld strijdig gebruik van gronden of bouwwerken, bouwen zonder vergunning), dan heeft het bevoegde bestuursorgaan, vanwege het algemeen belang dat is gediend met handhaving, de beginselplicht om handhavend op te treden. De mogelijkheid bestaat dat het bestuursorgaan ambtshalve uit eigen beweging overgaat tot handhaving of dat er een handhavingstraject wordt opgestart naar aanleiding van een klacht of een verzoek tot handhaving. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag het bestuursorgaan weigeren handhavend op te treden. Dit kan zich voordoen indien concreet zicht op legalisatie bestaat. Voorts kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien. Toezicht Als de overheid regels stelt moet zij daarop ook toezien. De gemeente is voor veel regels, waaronder de Wabo, het bevoegde gezag. Dit betekent dat de gemeente dus ook toezicht uit moet oefenen op veel verschillende regels. De handhaving start altijd met het uitvoeren van een controle. Uit de controle blijkt of er al dan niet conform de regels wordt gehandeld. Wanneer er een overtreding wordt geconstateerd zal overeenkomstig de beginselplicht in de regel een sanctietraject in gang worden gezet. Voor het kiezen van de interventie wordt de Landelijke Handhavingsstrategie (hierna: LHS) gevolgd. In het bestuursrechtelijke traject moet de overtreder in de gelegenheid worden gesteld om de overtreding zelf te beëindigen. Hiertoe wordt aan de overtreder een begunstigingstermijn verleend. Deze begunstigingstermijn moet redelijk zijn en wordt tevens bepaald op basis van de aard en ernst van de overtreding. In sommige gevallen mag of moet er zelfs worden afgezien van het geven van een begunstigingstermijn. Te denken valt hierbij aan overtredingen van zeer ernstige aard en/of waarbij sprake is van acuut gevaar of een acute bedreiging van het milieu. Na afloop van de verleende begunstigingstermijn volgt een repressieve controle. Tijdens deze repressieve controle wordt nagegaan of de overtreding inmiddels is beëindigd. Wanneer er naar aanleiding van de repressieve controle wordt vastgesteld dat de overtreding nog steeds niet is beëindigd, kan het bevoegd gezag twee dingen doen: de overtreder opnieuw een begunstigingstermijn verlenen, of; besluiten om de geconstateerde overtreding te sanctioneren. In uitzonderlijke gevallen is het zelfs mogelijk om bestuursrechtelijk op te treden zonder dat eerst een overtreding is geconstateerd. In dit geval wordt gesproken van preventief handhaven. Preventief handhaven is alleen toegestaan wanneer redelijkerwijs mag worden aangenomen dat zonder ingrijpen een overtreding van wet en regelgeving zal plaatsvinden. Er moet dan sprake zijn van een “klaarblijkelijk gevaar” dat op zeer korte termijn een overtreding zal ontstaan.

Rechtspraak bij dit artikel