Een bestuursorgaan dat bevoegd is een last onder bestuursdwang op te leggen, kan in plaats daarvan aan de overtreder een last onder dwangsom opleggen (art. 5:32 Awb). Onder een last onder dwangsom wordt het volgende verstaan (art. 5:31d Awb):
De herstelactie, inhoudende:
een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding; en
de verplichting tot betaling van een geldsom indien de last niet tijdig wordt uitgevoerd.
In dit geval gaat de overheid dus niet zelf over tot daadwerkelijk optreden, maar geeft de overheid aan de overtreder een schriftelijke last om de overtreding niet meer voort te zetten of te herhalen dan wel een last om de overtreding, althans de gevolgen daarvan, ongedaan te maken.
De overtreder moet voor een bepaalde datum aan deze last voldoen. Doet de overtreder dat niet dan is hij automatisch één of meer bedragen (dwangsommen) verschuldigd. De overtreder krijgt dus nog een termijn om aan de last te voldoen alvorens het de overtreder geld gaat kosten. Deze termijn mag niet zo kort zijn dat de overtreder niet aan de last kan voldoen (ABRvS 6 oktober 2010, JB 2010/252), maar ook niet langer dan noodzakelijk om de overtreding te kunnen beëindigen (ABRvS 23 december 2009, JM 2010/8 m. nt. Arents). Overigens hoeft er geen begunstigingstermijn verleend te worden wanneer de last onder dwangsom louter wordt opgelegd om herhaling van een overtreding te voorkomen (ABRvS 19 januari 2011, JB 2011/57).
Verder bepaalt artikel 5:32b Awb dat een dwangsom een eenmalig bedrag mag betreffen, een bedrag per tijdseenheid (dag, week, etc.) of een bedrag per overtreding. Dit artikel bepaalt verder dat het bedrag of de bedragen in een redelijke verhouding tot de zwaarte van het geschonden belang en tot de beoogde werking van de dwangsom moet staan. En tot slot dat het bestuursorgaan tevens een maximum bedrag vaststelt waarboven geen dwangsom meer wordt verbeurd. Als dit aan de orde is worden deze aspecten verwerkt in een sanctiebeschikking.
Het instrument van de last onder dwangsom kan niet altijd worden ingezet. In sommige gevallen moet er meteen handhavend worden opgetreden, bijvoorbeeld wanneer een water- of bodemverontreiniging van serieuze omvang dreigt of sprake is van ernstige, niet langer te dulden, hinder voor derden. In dergelijke gevallen is het instrument bestuursdwang effectiever. Het betrokken door de wet beschermde belang verzet zich dan tegen een indirect werkende sanctie als de dwangsom. De dwangsom is immers een middel om de overtreder aan te zetten tot handelen. Of dat lukt, is nooit met zekerheid te zeggen.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.3.2
Last onder dwangsom
Onderdeel van Integraal handhavingsbeleid 2021 gemeente Hilvarenbeek