Beoogd wordt knelpunten die over een langere periode zijn ontstaan, fasegewijs op te lossen. Dat hangt samen met het feit dat een deel van de problemen eenvoudiger geadresseerd kan worden, terwijl een ander deel (met name registratie) een intensiever traject vergt. Registratie ook in deze fase organiseren betekent dat we de met onderliggend voorstel te bereiken resultaten op korte termijn niet realiseren
Fase I
Verboden locaties
In de eerste fase worden met inzet van de huidige B&W-bevoegdheden locaties aangewezen waar het innemen van een ligplaats niet is toegestaan. Het betreft locaties die ongeschikt zijn in verband met de openbare orde (overlast), veiligheid (o.a. een beperkte doorvaart, kans op schade), het aanzien van de gemeente, enzovoort. Hiertegenover staat dat het toestaan van het aanleggen van vaartuigen kan bijdragen aan een verbeterd woonklimaat voor bewoners van woningen met ‘open water’ in de nabijheid van de woning.
Daarnaast worden nadere regels gesteld aan het innemen van een ligplaats.
Deze aanpak beoogt al langer bestaande ongewenste situaties af te bouwen én het voorkomen van nieuwe ongewenste situaties.
In de nieuwbouwwijk RijswijkBuiten, en in het bijzonder het gebied tussen de Sionsweg/A4/Pr. Beatrixlaan, grenst een groot aantal percelen aan openbaar water. Vanuit de bouw zijn er bij veel woningen op private grond voorzieningen aangebracht voor het aanleggen van boten. Dit biedt een verzorgd beeld. Om dit beeld voor de wijk vast te houden, wordt voorgesteld te bepalen, dat het verboden is een ligplaats in te nemen anders dan op plaatsen grenzend aan private grond en alleen door of met toestemming van de betreffende bewoner. Langs de oever van de Sionsweg liggen momenteel vaartuigen afgemeerd. Ter plaatse zijn - aangenomen wordt - door bewoners enkele aanlegvoorzieningen aangebracht, terwijl het water niet grenst aan privé terrein. Vooralsnog blijft het mogelijk ligplaats in te nemen langs de oever van de Sionsweg 8 t/m 34E. In de vervolgfase van het ligplaatsenbeleid is te bezien of ordening nodig is (juridische maatregelen en/of eventuele fysieke voorzieningen).
Tevens heeft deze wijk op verschillende plekken natuurvriendelijke oevers. Dit type oever is ongeschikt om aan af te meren. Natuurvriendelijke oevers zijn oevers waarbij naast de waterkerende functie nadrukkelijk rekening gehouden wordt met natuur en landschap. Een belangrijk kenmerk is de natuurlijke overgang van nat naar droog. Meestal hebben natuurvriendelijke oevers geleidelijk aflopende taluds met een duidelijke begroeiing. Aanlegvoorzieningen ontbreken dan ook. (Zie tevens de ‘nadere regels’, hieronder.)
Het her en der ligplaats innemen in de nieuwe wijk kan zorgen voor het ontstaan van knelpunten zoals vermeld onder punt 3, die juist de aanleiding vormen voor dit voorstel. Tevens ontraadt Delfland in verband met het toegenomen aantal vaarbewegingen ‘openbare ligplaatsvoorzieningen’ in de nieuwbouwwijk toe te staan, in ieder geval in deze fase.
Vanuit een oogpunt van handhaving is het aanwijzen van plaatsen waar geen ligplaats mag worden ingenomen veruit het eenvoudigst. Dat is mede reden voor te stellen om de oever langs de Sionsweg ter hoogte van het perceel nummer 1 tot nummer 76 (voor zover niet grenzend aan private grond) aan te wijzen als verbodslocatie, om de overlast die al geruime periode wordt ondervonden weg te nemen.
Tevens wordt voorgesteld de Kerstanjewetering (de vaarweg langs het Haantje) over een strook van circa 100 meter vanaf De Schie aan te wijzen, op advies van Delfland. De veiligheid is in het geding vanwege de zuigende werking van De Schie daar. E.e.a. mede vanwege het ontbreken van adequate ligplaatsvoorzieningen. Deze aanwijzing is ook de wens van de havendienst Delft en de Provincie. Door dit besluit verdwijnen er plus minus 8 niet geformaliseerde ligplaatsen.
Opsommend wordt voorgesteld voor de volgende locaties een ligplaatsverbod in te stellen:
De oever langs de Sionsweg (Noordhoornsche Watering) ter hoogte van nummer 1 tot nummer 76, voor zover niet grenzend aan private grond;
De wijk Sion, met uitzondering van:
oevers in watergangen grenzend aan privé grond en
de oever langs de Sionsweg ter hoogte van de nummers 8 t/m 34e;
De oever langs het Haantje vanaf de aansluiting met De Schie (de Kerstanjewetering) tot aan het perceel Haantje 10A.
Nadere regels voor het innemen van een ligplaats
Het college kan op basis van artikel 5.25 van de APV in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente nadere regels instellen. Voorgesteld wordt de in bijlage 1 opgenomen regels vast te stellen.
Een regel is bijvoorbeeld dat nachtverblijf op een vaartuig niet toegestaan is. Gecombineerd met een bepaling dat het verboden is de motor en/of een generator te gebruiken, anders dan voor verplaatsing van het vaartuig, moet er voor zorgen dat niet langer op vaartuigen wordt geslapen en daarmee samenhangende overlast wegnemen.
In de directe nabijheid van bruggen in doorgaande vaarwegen is een onbeperkte vaarbreedte vereist, ten einde ‘wachtruimte’ te laten voor elkaar tegemoetkomende vaartuigen. Het innemen van ligplaatsen binnen een afstand van 10 meter moet in verband hiermee worden verboden.
In niet doorgaande vaarwegen is dit niet vereist, aangezien de infrastructuur al beperkingen oplegt aan de grootte van de vaartuigen en de snelheid waarmee kan worden gevaren. (Bij de aanleg van de nieuwbouwwijk RijswijkBuiten is deze maatregel niet noodzakelijk geacht en zijn er aan private grond aanlegvoorzieningen toegestaan in de directe nabijheid van bruggetjes.)
Een bepaling over (oneigenlijke) ligplaatsvoorzieningen is opgenomen, zonder dat hierop in de eerste fase in alle gevallen direct strikte naleving kan worden verwacht. Los van bovenbedoelde nadere regels geeft de APV onze handhavers bevoegdheid om specifieke aanwijzingen te geven met betrekking tot ligplaatsen in concrete gevallen. De verwachting is dat met de combinatie van aangewezen locaties én nadere regels een deel van de knelpunten op korte termijn wordt opgelost.
Opschoonactie
In het verlengde van het ligplaatsenbeleid, bestaat het voornemen om Q3 een opschoonactie te houden waarbij vaartuigen op basis van het bepaalde in de Wrakkenwet worden verwijderd. Dit betreft uitvoering van een reguliere taak.
De opschoonactie gaat om ca.5 bootwrakken die geheel of gedeeltelijk gezonken zijn, of in een slechte staat van onderhoud verkeren, waardoor ze niet meer als vaartuig kunnen worden gebruikt. Delfland heeft onlangs ook een of meerdere vaartuigen verwijderd.
De actie wordt volgens een protocol gevoerd en gecoördineerd door het team Handhaving, met vooraankondiging (aanplakken flyer), termijnstelling voor verwijdering, tijdelijke opslag, enz. De ervaring leert dat de eigenaar van het verwijderde vaartuig zelden te achterhalen is. De kosten van de verwijderingsprocedure zijn veelal rekening gemeente.
Tussenliggende fase
In de tussenliggende fase monitoren we de effecten van de nieuwe regels en de ontwikkelingen in de buitenruimte. Mogelijk zijn er nieuwe ontwikkelingen met betrekking tot de voorgenomen jachthaven en/of rondom de inventarisatie van beschoeiingen en oevers.
Fase II
Afhankelijk van hoe de situatie zich ontwikkelt, kan het nodig zijn aanvullende middelen in te zetten. Bij voorbeeld het invoeren van een registratieplicht voor het innemen van ligplaats. Zonder dat kunnen eigenaren van vaartuigen vrijwel niet worden aangesproken en is handhaving moeizaam. Delfland is voorstander van een registratieplicht.
De invoering van differentiatie van ligplaatsen (bijvoorbeeld een zogenaamde ‘passantenplaats’) is wellicht te overwegen. Zo ook het treffen van gemeentelijke aanlegvoorzieningen, waaronder steigers en aanlegogen
Artikel 6.
Ligplaatsenbeleid in ontwikkeling: fasering, verboden locaties en nadere regels
Onderdeel van Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rijswijk houdende regels omtrent het ligplaatsen