Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3.1

Artikel 13.

Vaststelling van de hoogte van de maandelijkse aflossingscapaciteit bij uitstroom en belanghebbenden zonder een uitkering

Onderdeel van Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nederweert houdende regels omtrent inkomen

1.. De hoogte van de maandelijkse aflossingscapaciteit bij beëindiging of intrekking van de uitkering wordt gedurende drie maanden na de verzenddatum van dit besluit, gesteld op het bedrag dat belanghebbende maandelijks reeds afloste tijdens de bijstandsperiode of periode waarin een uitkering op grond van de IOAW of IOAZ is ontvangen. 2.. Na afloop van de termijn van drie maanden wordt bij alle vorderingen de hoogte van de maandelijkse aflossingscapaciteit vastgesteld conform artikel 12, eerste of tweede lid, vermeerderd met 50% (gehuwden en alleenstaande ouders) of 70% (alleenstaanden) van het bedrag waarmee het inkomen meer bedraagt dan de van toepassing zijnde bijstandsnorm en de maximale toeslag, dan wel IOAW- of IOAZ-grondslag. 3.. Bij terugvordering anders dan op grond van schending van de inlichtingenplicht wordt met een betalingsvoorstel van de debiteur ingestemd voor zover daarmee de vordering binnen een periode van 24 maanden in zijn geheel zal kunnen worden afgelost en de voorgestelde aflossing tenminste € 25,00 per maand bedraagt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel