**1..** De financiële draagkracht in het inkomen van de aanvrager wordt bepaald aan de hand van de ontvangen netto inkomsten over januari 2021.
**2..** Onder inkomen van de aanvrager wordt in ieder geval verstaan:
winst uit onderneming;
inkomen uit arbeid in loondienst;
inkomen uit een uitkering;
inkomen uit verhuur van woonruimte;
inkomen uit partner- en/of kinderalimentatie.
Voor aanvragers die een uitkering ingevolge de Participatiewet ontvingen, wordt het inkomen geacht gelijk te zijn aan het wettelijk sociaal minimum.
**3..** Wanneer de aanvrager in de peilmaand alimentatie betaalde, wordt het inkomen verminderd met het bedrag daarvan.
**4..** Winst uit onderneming wordt verminderd met 17% met het oog op belasting en premies die daarover naar verwachting verschuldigd zijn. Inkomsten uit verhuur worden met hetzelfde percentage verminderd.
**5..** Wanneer de aanvrager de woning op 1 januari 2021 bewoonde met een of meer andere bewoners, wordt het inkomen van de aanvrager voor de toepassing van deze beleidsregels verhoogd met € 150 voor elke medebewoner, ouder dan 21 jaar (geboren vóór 2000), die aan de aanvrager geen huur verschuldigd is.
**6..** Van een inkomen tot aan het sociaal minimum wordt de aanvrager geacht € 430 per maand te kunnen betalen aan noodzakelijke woonkosten als bedoeld in artikel 3.
**7..** Als sociaal minimum wordt voor de toepassing van deze beleidsregels verstaan een bedrag van € 1.120 voor een alleenstaande aanvrager, dan wel € 1.600 voor een samenwonende aanvrager.
Artikel 5