Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Voorwaarden tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten

Onderdeel van Beleidsregels Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK)

1.. Het college kan een tegemoetkoming TONK verstrekken aan de aanvrager die te maken heeft met een inkomensterugval van 50% of meer (peildatum 1 januari 2020 ten opzichte van peildatum 1 januari 2021 dan wel de datum van de aanvraag in 2021), waardoor de betaling van noodzakelijke kosten niet mogelijk is uit het maandinkomen en de beschikbare geldmiddelen; 2.. Een tegemoetkoming TONK kan plaatsvinden voor zover de noodzakelijke kosten meer bedragen dan 50% van het huidige inkomen; 3.. Voor de vaststelling van de hoogte van de geldmiddelen wordt aangesloten bij de vermogensgrens zoals bepaald in artikel 34 lid 3 van de wet. Vermogen binnen de onderneming wordt vrijgelaten. 4.. Voor TONK komt in aanmerking de belanghebbende: met een minimuminkomen tot 130% van de geldende bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag en de beschikbare geldmiddelen tot het bescheiden vermogen, of; met een inkomen boven het minimuminkomen en de beschikbare geldmiddelen boven het bescheiden vermogen voor zover de noodzakelijke kosten zijn draagkracht te boven gaan. 5.. Voor de draagkracht wordt 100% van het inkomen boven het minimuminkomen en de beschikbare geldmiddelen boven het bescheiden vermogen meegenomen. 6.. Het college verstrekt geen tegemoetkoming indien de aanvrager woonkostentoeslag of huurtoeslag ontvangt. 7.. Er kan volstaan worden met een verklaring van de aanvrager dat de substantiële terugval van minimaal 50% in het inkomen het gevolg is van de maatregelen in verband met het coronavirus (Covid-19); 8.. Indien de beleidsregels TONK niet voorzien gelden de ‘Beleidsregels bijzondere bijstand 2018’.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel