Naar hoofdinhoud
1.. Het huishoudinkomen wordt berekend op basis van het bepaalde in artikel 32 en 33 van de Participatiewet. 2.. Er is sprake van een partnertoets. 3.. Er wordt een beperkte vermogenstoets uitgevoerd. Hierbij worden de beschikbare geldmiddelen in aanmerking genomen. Beschikbare middelen zijn geldmiddelen waarover de aanvrager beschikt of redelijkerwijs kan beschikken. Onder beschikbare geldmiddelen wordt verstaan: contant geld; geld op betaal- en spaarrekeningen; cryptovaluta (zoals bitcoins); de waarde van effecten (hierbij gaat het om beleggingsrekeningen met aandelen, obligaties, en opties en effecten in depot). 4.. Het betreft de beschikbare geldmiddelen van de aanvrager en de partner van de aanvrager. 5.. Bij het bepalen van de hoogte van het vermogen worden de vermogensgrenzen uit de Participatiewet gehanteerd. De vermogensgrenzen zoals voor 2021 van kracht zijn: € 6.295,- voor een alleenstaande; € 12.590,- voor een alleenstaande ouder; € 12.590,- voor de gehuwden tezamen (gezin). 6.. Voor zelfstandig ondernemers worden de vermogensgrenzen uit de huurtoeslagwet gehanteerd. Deze bedragen € 31.340,- voor alleenstaanden/alleenstaande ouders en € 62.680,- voor gehuwden/samenwonenden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel