Naar hoofdinhoud
1.. Voor voorzieningen als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onder 1° en 2°, wordt de begroting vastgesteld overeenkomstig de in bijlage IV opgenomen normbedragen. De vergoeding wordt vastgesteld op basis van feitelijke kosten op basis van de economische meest voordelige inschrijving. 2.. Voor andere voorzieningen dan bedoeld in het eerste lid wordt de vergoeding vastgesteld op de feitelijke kosten. 3.. De vergoeding voor een voorbereidingskrediet als bedoeld in artikel 3 wordt vastgesteld op 5 tot 10 procent van het geraamde investeringsbedrag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel