Naar hoofdinhoud
Doordat de sluiting van woningen zwaarder ingrijpt op de persoonlijke levenssfeer van betrokkene(n) dan de sluiting van lokalen is onderscheid gemaakt tussen woningen en lokalen. De essentie ligt daarin dat er in de bewoonde woningen sprake is van het hebben van woongenot en de daaraan sterk gerelateerde persoonlijke levenssfeer. Dit vergt een striktere afweging van het belang bij bescherming van die persoonlijke levenssfeer ten opzichte van het algemene belang bij handhaving op basis van artikel 13b Opiumwet. Hierdoor kan onder omstandigheden eerst een waarschuwing zijn aangewezen, alvorens bestuursdwang toe te passen. Er is tevens onderscheid gemaakt tussen de drugshandel in softdrugs en/of voorbereidingshandelingen daartoe en drugshandel in harddrugs en/of voorbereidingshandelingen daartoe. De sluitingstermijnen bij woningen en bijbehorende erven Softdrugs en/of voorbereidingshandelingen daartoe in woningen en daarbij behorende erven Indien in woningen en bijbehorende erven drugshandel plaatsvindt ten aanzien van een middel als bedoeld in lijst II (softdrugs) en/of een middel dat vooruitlopend op plaatsing op lijst II is aangewezen bij regeling van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet en/of voorbereidingshandelingen daartoe met een handelshoeveelheid van meer of gelijk aan 30 gram en/of meer of gelijk aan 15 hennepstekjes of planten en/of voorbereidingshandelingen daartoe worden de volgende bestuursrechtelijke maatregelen getroffen: Handhavingsarrangement Constatering 1e constatering 2e constatering (binnen 3 jaar*) 3e constatering en volgende(n) (binnen 3 jaar*) Aanwezigheid van softdrugs met een handelshoeveelheid van ≥ 30 gram en/of ≥ 15 hennepstekjes of planten en/of voorbereidingshandelingen daartoe 3 maanden sluiting 6 maanden sluiting Sluiting voor onbepaalde tijd (minimaal 6 maanden) * Binnen drie jaar na de vorige constatering. Concreet: maatregel volgt wanneer de 2e constatering zich voordoet binnen 3 jaar na de 1e constatering, maatregel volgt wanneer de 3e constatering zich voordoet binnen 3 jaar na de 2e constatering. In principe wordt bij een 1e constatering bij het aantreffen van een hoeveelheid softdrugs van minder dan 15 planten of minder dan 30 gram softdrugs in woningen en bijbehorende erven aangenomen dat sprake is van een minder ernstig geval en volstaan met een waarschuwing. Dit ligt anders bij voorbereidingshandelingen aangezien de wetgever heeft bepaald dat van strafbare voorbereidingshandelingen bij softdrugs eerst sprake is bij grootschalige of bedrijfsmatige illegale hennepteelt. Harddrugs en/of voorbereidingshandelingen daartoe in woningen en bijbehorende erven Indien in woningen en bijbehorende erven drugshandel plaatsvindt ten aanzien van een middel als bedoeld in lijst I (harddrugs) en/of een middel dat vooruitlopend op plaatsing op lijst I is aangewezen bij regeling van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet en/of voorbereidingshandelingen daartoe worden de volgende bestuursrechtelijke maatregelen getroffen: Handhavingsarrangement Constatering 1e constatering 2e constatering (binnen 3 jaar*) 3e constatering en volgende(n) (binnen 3 jaar*) Aanwezigheid van harddrugs met een handelshoeveelheid van ≥ 0,5 gram, of ≥ 1 bolletje, 1 ampul, 1 wikkel of 1 pil/tablet (in elk geval een aangetroffen hoeveelheid ≥ 0,5 gram), of ≥ 5 milliliter en/of voorbereidingshandelingen daartoe 4 maanden sluiting 6 maanden sluiting Sluiting voor onbepaalde tijd (minimaal 6 maanden) * Binnen drie jaar na de vorige constatering. Concreet: maatregel volgt wanneer de 2e constatering zich voordoet binnen 3 jaar na de 1e constatering, maatregel volgt wanneer de 3e constatering zich voordoet binnen 3 jaar na de 2e constatering. Recidive Indien er sprake is van recidive telt voor het toe te passen handhavingsarrangement de laatst hoeveelheid aangetroffen verdovende middelen en of het desbetreffende middel voorkomt op lijst I of lijst II en/of een middel dat vooruitlopend op plaatsing op lijst I of II is aangewezen bij regeling van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet en/of voorbereidingshandelingen daartoe. Indien, al dan niet uit oogpunt van proportionaliteit en subsidiariteit c.q. met toepassing van artikel 4:84 Awb, bij de eerste overtreding is volstaan met een waarschuwing, wordt bij recidive de handhavingsarrangement behorende bij de tweede overtreding toegepast.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel