Naar hoofdinhoud
Onder het sluiten van het pand wordt in ieder geval het volgende verstaan: het afsluiten van het pand door de betrokkene door ramen en deuren te sluiten en gesloten te houden; ingeval van een lokaal, het door de betrokkene eventueel verwijderen van aanduidingen op, aan, in en over het pand, waaruit kan blijken dat het pand (voor publiek) geopend is; het door door of namens de burgemeester aanbrengen van stickers/aankondigingen en/of raamborden op de verdieping op/aan het pand dat het is gesloten wegens het overtreden van artikel 13b Opiumwet; het door of namens de burgemeester verzegelen van het pand. De betrokkene krijgt in de last tot toepassing van bestuursdwang eerst zelf de gelegenheid om over te gaan tot sluiting van het drugspand. Hiertoe wordt hem in principe een begunstigingstermijn geboden van maximaal 10 dagen met dien verstande dat de burgemeester een afwijkende termijn kan hanteren wanneer de omstandigheden daarom vragen. Indien binnen die termijn door de betrokkene geen sluiting heeft plaatsgevonden of wordt na de sluiting, zonder toestemming van het bevoegde gezag alsnog het drugspand betreden, dan kan de burgemeester onder toepassing van bestuursdwang de sloten van het drugspand vervangen. Het doorbreken van de door de burgemeester aangebrachte verzegeling en/of het daarna betreden van het gesloten pand levert een strafbaarheid op (artikel 2:18 APV), tenzij sprake is van een rechtmatig verkregen ontheffing van de burgemeester.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel