Naar hoofdinhoud
1.. Het inkomen als bedoeld in de artikelen 32 en 33 van de wet wordt als draagkracht in aanmerking genomen voor zover het meer bedraagt dan 110 % van de voor een alleenstaande dan wel gehuwden geldende norm als bedoeld in de artikelen 20, 21, 22 en 23 van de wet. 2.. De woonkosten als genoemd in artikel 4, onder a en b, tot € 430 per maand komen niet in aanmerking voor de tegemoetkoming TONK. 3.. In het geval van een gehuwde met een niet-rechthebbende partner, zoals bedoeld in artikel 24 van de wet, wordt voor de bepaling van de draagkracht de norm voor gehuwden gebruikt. 4.. De draagkracht wordt vastgesteld op basis van het feitelijk besteedbaar inkomen in geval van één of meer van de volgende situaties van toepassing is; Wettelijke Schuldsanering Natuurlijke Personen; Minnelijke Schuldregeling Natuurlijke Personen; inhouding inzake een bestuursrechtelijke premie; beslaglegging.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel