**1..** Als vermogen wordt aangemerkt de geldmiddelen waarover de aanvrager beschikt of redelijkerwijs kan beschikken.
**2..** Het betreft de beschikbare geldmiddelen van de aanvrager en de partner van de aanvrager.
**3..** Onder beschikbare geldmiddelen wordt verstaan:
contant geld;
geld op betaal- en spaarrekeningen.
**4..** Het vermogen in de eigen woning wordt niet in aanmerking genomen.