**1..** De subsidie bedraagt het verwachte liquiditeitstekort van de subsidieaanvrager over een periode van 12 maanden, gerekend vanaf de datum van ontvangst van de subsidieaanvraag dan wel vanaf de datum waarop het liquiditeitstekort naar verwachting zal ontstaat, met dien verstande dat:
voor ontvangers van een subsidie tot € 100.000,- een maximum geldt van 50% van het laatst ontvangen subsidiebedrag;
het college de hoogte van de subsidie voor ontvangers van een subsidie vanaf € 300.000,-, mede bepaalt op grond van de mate waarin de instandhouding van de aanvrager van belang is voor de cruciale lokale culturele infrastructuur.
**2..** Bij de berekening van het verwachte liquiditeitstekort worden uitsluitend de uitgaven betrokken die naar het oordeel van het college deel noodzakelijk en doelmatig waren of zijn en beoordeelt het college of voldoende inspanningen zijn en worden verricht om zo veel mogelijk inkomsten te verwerven.
**3..** Toepassing van het tweede lid kan ertoe leiden dat het verwachte liquiditeitstekort op een lager bedrag wordt geraamd en dienovereenkomstig een lager subsidiebedrag of geen subsidie wordt verstrekt.
**4..** Indien toepassing van het eerste lid, onder a, naar het oordeel van het college leidt tot onredelijke gevolgen voor de subsidieontvanger, kan het college afwijken van het maximumbedrag.
**5..** De subsidie wordt vastgesteld op basis van het werkelijke liquiditeitstekort in het subsidietijdvak van 12 maanden.
Artikel 14
Hoogte subsidiebedrag/ wijze van berekening subsidiebedrag
Onderdeel van Tijdelijke subsidieverordening Ondersteuning culturele sector negatieve gevolgen Covid-19 2021