Naar hoofdinhoud
1.. In aanvulling op de indieningsvereisten als bedoeld in artikel 8, eerste en derde lid, van de Algemene subsidieverordening 2016, neemt de subsidieaanvrager in het activiteitenplan de volgende informatie op: een duidelijke probleemstelling; een duidelijke omschrijving van het project, waaronder de beschrijving van de innovaties die de subsidieaanvrager beoogt door te voeren; een onderbouwing waaruit blijkt in welke mate het project bijdraagt aan de wendbaarheid en weerbaarheid van de aanvrager en tot welk resultaat het project zal leiden; op welke wijze wordt samengewerkt met partijen binnen en buiten de culturele sector dan wel welke samenwerking de uitvoering van het project tot gevolg heeft; een onderbouwing van de haalbaarheid van het project en de daarmee beoogde resultaten, waaronder de projectplanning en de risicofactoren die in de weg kunnen staan aan het behalen van het beoogde resultaat; de inzet van vrijwilligers voor zover het een kleinschalig project betreft; in geval van een aanvraag door een zelfstandige zonder personeel: een uittreksel uit het register van de Kamer van Koophandel waaruit blijkt dat hij tenminste twee jaar werkzaam is in de culturele sector, teruggerekend vanaf de datum van indiening van de aanvraag een overzicht van werkzaamheden die hij in de periode van twee jaar voorafgaand aan de datum van indiening van de aanvraag heeft uitgevoerd in de gemeente Enschede; in geval van een aanvraag door een penvoerder, de overeenkomst tussen de penvoerder en overige uitvoerders van het project; 2.. Voor zover het college van mening is dat de-minimissteun verleend wordt een schriftelijke of elektronische de-minimisverklaring over alle andere onder de de-minimisverordeningen vallende de-minimissteun die de subsidieaanvrager gedurende de twee voorgaande belastingjaren en het lopende belastingjaar heeft ontvangen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel