Naar hoofdinhoud
De hoogte van de tegemoetkoming wordt vastgesteld aan de hand van de meerkosten die aanvrager heeft voor de noodzakelijke kosten zoals bedoeld in artikel 4. De meerkosten worden afgezet tegen de gemiddelde noodzakelijke kosten die iemand heeft met een inkomen op bijstandsniveau t.o.v. het inkomen bedoeld in artikel 5 lid 2a. Voor het bepalen van de gemiddelde kosten wordt uitgegaan van een rekenhuur van € 430,- per maand vermeerderd met de gemiddelde lasten voor gas, water en elektriciteit volgens het Nibud. Hierbij wordt rekening gehouden met de gezinssamenstelling en het type woning. De draagkracht zoals genoemd in artikel 11 lid 2 wordt in mindering gebracht op de tegemoetkoming.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel