**1..** Bij de berekening van de tegemoetkoming TONK wordt uitgegaan van:
Het huishoudtype, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen een alleenstaande of een gezin als bedoeld in artikel 4 lid 1 sub a t/m c van de Participatiewet, en;
De hoogte van het gezinsinkomen na de inkomensterugval, en;
Een minimale woonquote.
**2..** Als sprake is van de situatie zoals beschreven in artikel 3 lid 1 van deze beleidsregel bestaat recht op:
Een lage tegemoetkoming TONK: indien de woonquote valt tussen het lage en hoge percentage binnen de van toepassing zijnde inkomenscategorie en huishoudtype volgens de tabel in het vierde lid (lage woonquote);
Een hoge tegemoetkoming TONK: indien de woonquote hoger is dan het hoge percentage binnen de van toepassing zijnde inkomenscategorie en huishoudtype volgens de tabel in het vierde lid (hoge woonquote).
**3..** Als de woonquote lager is dan het percentage in de lage categorie binnen de van toepassing zijnde inkomenscategorie en huishoudtype volgens de tabel in het vierde lid, wordt de aanvrager geacht de woonlasten te kunnen dragen en bestaat geen recht op een tegemoetkoming TONK.
**4..** Per huishoudtype wordt uitgegaan van een minimale woonquote volgens deze tabel:
Netto-inkomen per maand na inkomensterugval
Minimale woonquote per huishoudtype
Alleenstaande
Gezin
Laag
Hoog
Laag
Hoog
Tot € 3.000
40%
50%
35%
45%
€ 3.000 - € 3.500
40%
50%
40%
50%
€ 3.500 - € 5.000
45%
55%
40%
50%
Vanaf € 5.000
50%
60%
50%
60%
Artikel 8
Berekening hoogte vergoeding
Onderdeel van Beleidsregels Tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten (TONK)