**1..** Van een sociale indicatie als bedoeld in artikel 10 lid 2f is sprake in de volgende gevallen:
Echtscheiding
Verbreking vorm van samenleving (waaronder geregistreerd partnerschap)
Levensbedreigende situatie
(Dreigende) dakloosheid door overmacht
**2..** Urgentie op grond van echtscheiding als bedoeld in lid 1 onder a is slechts mogelijk als is voldaan aan de volgende voorwaarden:
Er een rechterlijke (eind-)beschikking is waarin is bepaald dat het huwelijk is ontbonden;
De beschikking in het register van de burgerlijke stand is ingeschreven;
Het verzoek om urgentie wordt ingediend binnen 6 maanden nadat de rechterlijke (eind)beschikking waarin is bepaald dat het huwelijk is ontbonden, in het register van de burgerlijke stand is ingeschreven;
Aantoonbaar is dat minimaal één inwonend(e) minderjarige kind het hoofdverblijf heeft bij de ouder die de urgentie aanvraagt. Een kind heeft het hoofdverblijf bij de woningzoekende ouder als uit het ouderschapsplan blijkt dat het kind gemiddeld, bezien over een kalenderjaar, minimaal 50% van de week bij die ouder woont;
Aantoonbaar is dat het minderjarige kind/ de minderjarige kinderen zonder urgentie dakloos wordt/worden.
De ouder die de urgentie aanvraagt alsmede de 2e ouder die geen urgentie aanvraagt, niet de mogelijkheid heeft om in de echtelijke woning te blijven wonen en niet over andere zelfstandige woonruimte kan beschikken.
**3..** Urgentie op grond van verbreking vorm van samenleving als bedoeld in lid 1 onder b is slechts mogelijk als is voldaan aan de volgende voorwaarden:
Aantoonbaar is dat er sprake is geweest van samenleving voor de minimale duur van 1 jaar;
Aantoonbaar is dat de samenleving is beëindigd. De beëindiging van de samenleving kan bijvoorbeeld worden aangetoond met een notariële akte, ondersteund door ander bewijs waaruit de beëindiging blijkt. Zoals een uittreksel uit de Basisregistratie Personen, bankafschriften, gegevens van de belastingdienst en andere officiële instanties en bewijs van beëindiging van gezamenlijke rekeningen en andere overeenkomsten.
Aantoonbaar is dat minimaal één minderjarig kind het hoofdverblijf heeft bij de ouder die de urgentie aanvraagt. Een kind heeft het hoofdverblijf bij de woningzoekende ouder als uit het ouderschapsplan blijkt dat het kind gemiddeld, bezien over een kalenderjaar, minimaal 50% van de week bij die ouder woont. Bij afwezigheid van een ouderschapsplan kan dit worden aangetoond met een notariële akte of een ander door een onafhankelijke partij opgesteld en door beide partijen ondertekend document;
Aantoonbaar is dat het minderjarige kind/ de minderjarige kinderen zonder urgentie dakloos wordt/worden.
De ouder die de urgentie aanvraagt alsmede de 2e ouder die geen urgentie aanvraagt, niet de mogelijkheid heeft om in de echtelijke woning te blijven wonen en niet over andere zelfstandige woonruimte kan beschikken.
**4..** Degenen die te maken hebben met ernstige, levensbedreigende problemen in relatie tot de huidige woning als bedoeld in lid 1 onder c kunnen uitsluitend in aanmerking komen voor urgentie indien kan worden onderbouwd dat er sprake is geweest van zeer ernstige, direct tegen het leven gerichte mishandeling, terwijl er gegronde vrees is voor herhaling. Hierbij dient een relatie te bestaan tussen de problematiek en de huidige woonsituatie. Daarnaast moet een andere woning binnen dezelfde gemeente kunnen bijdragen aan een oplossing van de huidige levensbedreigende woonsituatie.
**5..** Degenen die te maken hebben met dreigende dakloosheid zoals benoemd in lid 1 onder d kunnen uitsluitend in aanmerking komen voor een urgentie indien de woning aantoonbaar door een calamiteit (bijvoorbeeld brand) ernstig is beschadigd en daardoor onbewoonbaar is geraakt en er niet kan worden voorzien in andere woonruimte.
HOOFDSTUK 2.
Artikel 12f
Criteria voor een sociale indicatie
Onderdeel van Huisvestingsverordening gemeente Soest 2021