Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 1.4

Verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid

Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Tholen houdende regels omtrent het bodembeheer

De verantwoordelijkheid voor de naleving van de regels bij het toepassen van grond en baggerspecie ligt bij degene die de grond en/of baggerspecie toepast. Deze is dan ook verplicht deze toepassing te melden (zie ook hoofdstuk 9). Deze zorgplicht betekent dat iedereen die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat nadelige gevolgen kunnen optreden als gevolg van een toepassing, maatregelen moet nemen om verontreiniging te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. De verantwoordelijkheid van de eigenaar/erfpachter ligt verankerd in de wettelijke zorgplicht: Algemene zorgplicht in het kader van de Wet milieubeheer (artikel 1.1.a): het achterwege laten van handelingen, die nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaken. Zorgplicht uit de Wet bodembescherming (artikel 13): een ieder die handelingen verricht, die kunnen leiden tot bodemverontreiniging, is verplicht preventieve en zo nodig herstellende maatregelen te treffen. Zorgplicht voor handelingen inzake afvalstoffen. Met afvalstoffen wordt gedoeld op bijlage 1 van de EU-richtlijn afvalstoffen van 1975. In de Wet milieubeheer wordt hierop ingegaan in de artikelen 10.1 en 10.2. De bodemkwaliteitskaart biedt geen harde garanties voor de kwaliteit van een partij grond. De kaart doet alleen een uitspraak over welke kwaliteit in het algemeen verwacht mag worden. De kwaliteit van een individuele partij kan daar van afwijken. De eindverantwoordelijkheid voor de toepassing van de grond/en of baggerspecie blijft bij degene die de grond en/of baggerspecie toepast. De gemeente Tholen of CSO (opsteller van de bodemkwaliteitskaart) kan niet aansprakelijk gesteld worden voor schade die voortkomt uit een partijkwaliteit die afwijkt van wat de bodemkwaliteitskaart aangeeft.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel