Naar hoofdinhoud
2.1.1 Wet Bodembescherming De Wet bodembescherming is geschreven met het oogmerk de bodem te beschermen. Op grond van de Wet bodembescherming is grondverzet ter plaatse van ernstig verontreinigde bodems alleen toegestaan als hiervoor een melding ingevolge artikel 28 of een melding ingevolge het Besluit Uniforme Saneringen is ingediend bij het bevoegde gezag. Aanvullend geldt daarbij als voorwaarde dat het grondverzet moet passen binnen een van te voren opgesteld en door het bevoegd gezag goedgekeurd saneringsplan. In verband met het bovenstaande, dient men (d.m.v. een historisch onderzoek) vooraf te controleren of de leverende of ontvangende bodem ernstig verontreinigd is (zie ook hoofdstuk 7.1 en 9.1). Onder alle omstandigheden is men verplicht bij het toepassen van grond, baggerspecie en bouwstoffen de wettelijke zorgplicht (zie hoofdstuk 1.4) in acht te nemen. 2.1.2 Besluit bodemkwaliteit De basis voor deze Nota bodembeheer vormt het Besluit bodemkwaliteit en de daarbij behorende regeling. Vanaf 1 januari 2008 is dit Besluit gefaseerd in werking getreden en heeft betrekking op de kwaliteit van uitvoering (onderdeel Kwalibo) en het toepassen van grond, baggerspecie en bouwstoffen. In het Besluit bodemkwaliteit staan de kwaliteitseisen waaraan grond, baggerspecie en bouwstoffen moeten voldoen, wanneer deze op of in de bodem of het oppervlaktewater worden toegepast. In de bijbehorende Regeling bodemkwaliteit is op verschillende onderdelen een nadere invulling aan het Besluit bodemkwaliteit gegeven. Het Besluit bodemkwaliteit biedt lokale bodemkwaliteitsbeheerders de mogelijkheid om aan te sluiten bij landelijk beleid en/of zelf op gebiedsniveau maatwerk te formuleren in de vorm van gebiedsspecifiek beleid. 2.1.3 Richtlijn bodemkwaliteitskaarten De landelijke Richtlijn voor het opstellen van bodemkwaliteitskaarten [9] is voorgeschreven als een gemeente of waterschap een bodemkwaliteitskaart opstelt die wordt gebruikt voor hergebruik van grond- en/of baggerspecie onder het Besluit bodemkwaliteit. Met deze Richtlijn is ook een aantal andere procedures geregeld, waaronder de te hanteren normwaarden, omgaan met uitbijters, vergelijkbaarheid, omgaan met bijzondere omstandigheden en het in een kaart weergeven van de bodemkwaliteit en mogelijkheden tot grond- en baggerverzet. 2.1.4 Transport van verontreinigde grond en bagger Voor het vervoer van verontreinigde grond en bagger is sinds 1 januari 2005 een landelijke regeling van kracht geworden: regeling melden van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke stoffen [9]. Deze regeling gaat over de inzameling van bepaalde categorieën afvalstoffen, waaronder verontreinigde grond en/of baggerspecie. De initiatiefnemer voor transport van verontreinigde grond moet zorgen dat bij het transport van de grond en/of baggerspecie over de openbare weg de vereiste documenten aanwezig zijn. Vervoerders, inzamelaars, handelaars en/of bemiddelaars dienen landelijk geregistreerd te zijn. Deze bedrijven krijgen een zogenaamd VIHBnummer. Als grond en/of baggerspecie wordt afgevoerd naar een meldingsplichtige inrichting (reiniger, stortplaats of depot voor het opslaan van verontreinigde grond), dan moet deze inrichting een afvalstroomnummer verstrekken voordat de grond getransporteerd mag worden. Tevens moeten zij een melding indienen bij het Landelijk Meldpunt Afvalstoffen (LMA, www.lma.nl) in het AMICE meldsysteem. Daarnaast moet tijdens het transport een geldig transportgeleidebiljet aanwezig zijn. Als grond wordt getransporteerd met de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de grond, dan moet op het transportgeleidebiljet het meldingsnummer van het Landelijke meldpunt bodemkwaliteit worden vermeld. 2.1.5 Overige wet en regelgeving Vanuit overige wet- en regelgeving kunnen bij grond- en baggerspecie verzet (zowel ontgraven als toepassen) aanvullende voorwaarden worden gesteld. Hierbij moet onder andere worden gedacht aan: Wet ruimtelijke ordening (Wro), een aanlegvergunning in het kader van het bestemmingsplan; Ontgrondingenwet, de ontgrondingenwet en -verordening regulieren de winning van oppervlaktedelfstoffen als zand, klei en grond; Wet milieubeheer, voor de opslag van grond binnen inrichtingen; Waterwet, bij toepassing van grond of baggerspecie in oppervlaktewater of het hergebruik van baggerspecie op de landbodem; Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), voor het bouwen op verontreinigde bodem; Monumentenwet, verdrag van Malta. Bij grondverzet dient rekening te worden gehouden met archeologische waarden. Flora en faunawet, bij planvorming dient te worden gehouden met de aanwezige flora en fauna. Voorafgaand aan het grondverzet, dient men te controleren of deze regelgeving van toepassing is en er aanvullende eisen worden gesteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel