Naar hoofdinhoud
Voorwaarde bij gebiedsspecifiek beleid is dat men het "standstill-principe" hanteert. Het stand-still principe houdt in dat grondverzet niet mag leiden tot een verslechtering van de bodemkwaliteit. Hiermee wordt bedoeld dat het lokaal verminderen van de bestaande bodemkwaliteit alleen is toegestaan wanneer dit plaatsvindt met gebiedseigen grond. Op deze manier blijft de binnen het gebied al aanwezige bodembelasting namelijk gelijk, oftewel, er wordt geen nieuwe bodembelasting gecreëerd. De gemeente gaat uit van het stand-stillprincipe op gebiedsniveau binnen het bodembeheergebied (grondgebied van Tholen) met gebiedseigen grond. Voor grond afkomstig van buiten de gemeente geldt het generieke beleid. Samenvattend betekent dit dat bij het toepassen van partijen grond die van buiten de gemeente worden aangevoerd, dan wel bij het toepassen van baggerspecie, altijd van de generieke toepassingseisen moet worden uitgegaan. De gebiedsspecifieke toepassingseisen gelden namelijk alleen voor partijen grond die vrijkomen uit het bodembeheergebied en opnieuw worden toegepast. De gemeente probeert zoveel mogelijk ruimte te creëren om grond- en baggerspecie binnen het bodembeheergebied te hergebruiken, waarbij risico's voor mens en milieu worden uitgesloten en de bodemkwaliteit op gebiedsniveau niet verslechtert. Zoals ook in het Besluit bodemkwaliteit is opgenomen, blijft de zorgplicht van kracht. Dit betekent dat iedereen die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat nadelige gevolgen kunnen optreden als gevolg van een toepassing, maatregelen moet nemen om een verontreiniging te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Wanneer in de praktijk zich situaties voordoen waarin deze nota niet voorziet, dan gelden de regels uit het generieke beleid. Daarnaast blijft de wettelijke zorgplicht van kracht.

Rechtspraak bij dit artikel