Tijdens de grondwerkzaamheden dient de grond zintuiglijk te worden beoordeeld. Grond met afwijkende geuren (bijvoorbeeld brandstofgeur) danwel met bodemvreemde bijmeningen (bijvoorbeeld puin, koolas, asbest etc) mag niet zondermeer worden toegepast. De partij dient in depot te worden gezet. Door middel van monstername en analyses (partijkeuring) dient de kwaliteit van de partij grond te worden bepaald. Afhankelijk van de resultaten van de partijkeuring wordt bepaald of, en waar de grond mag worden toegepast.
Hoofdstuk 8.
Artikel 8.6
Toepassing grond met zintuiglijke afwijking
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Tholen houdende regels omtrent het bodembeheer