Als na het uitvoeren van een historisch onderzoek, zoals bedoeld in hoofdstuk 7.1, blijkt dat sprake is van een van bodemverontreiniging verdachte locatie, dan dient de vrijkomende grond eerst te worden onderzocht conform de NEN5740. Er hoeven alleen analyses van grondmonsters te worden uitgevoerd voor de bodemlagen waaruit grond vrijkomt. Afhankelijk van de resultaten van het uitgevoerde onderzoek kan men beoordelen waar de grond mag worden toegepast.
Indien de locatie asbestverdacht is, dient tevens een onderzoek conform de NEN5707 te worden uitgevoerd.
Hoofdstuk 8.
Artikel 8.9
Hergebruik van grond van een verdachte locatie
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Tholen houdende regels omtrent het bodembeheer