De jeugdige is zelf verantwoordelijk voor het vervoer naar de jeugdhulplocatie waar de jeugdige de geïndiceerde jeugdhulp ontvangt en terug, en betrekt daarbij zo nodig de hulp van zijn sociaal netwerk.
Indien naar het oordeel van het college het niet mogelijk is voor de jeugdige, het vervoer zoals bedoeld in het eerste lid te organiseren, dan kan het college in de volgende gevallen een vervoersvoorziening verstrekken:
de jeugdige is onvoldoende zelfredzaam om zelfstandig te reizen of er is een medische noodzaak voor (aangepast) vervoer, en
het vervoer leidt tot financiële problemen in het gezin.
Het besluit tot verstrekking van een vervoersvoorziening wordt vastgelegd in een beschikking als bedoeld in artikel 9.
Het college kan nadere regels stellen over de in het tweede lid genoemde criteria.
Hoofdstuk 3. › PARAGRAAF 3.
Artikel 12.
Vervoersvoorziening
Onderdeel van Verordening jeugdhulp gemeente Renkum 2021