Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 17.

Nieuwe feiten en omstandigheden, herzieningen intrekking of terugvordering

Onderdeel van Verordening jeugdhulp gemeente Renkum 2021

Onverminderd artikel 8.1.2 van de wet is de jeugdige verplicht op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling te doen van feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing over een individuele voorziening. Onverminderd artikel 8.1.4 van de wet kan het college een besluit, genomen op grond van deze verordening, herzien of intrekken als het college vaststelt dat: de jeugdige onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; de jeugdige niet langer op de individuele voorziening of het daarmee samenhangende pgb is aangewezen; de individuele voorziening of het daarmee samenhangende pgb niet meer toereikend is te achten; de jeugdige niet voldoet aan de voorwaarden van de individuele voorziening of het pgb, of de jeugdige de individuele voorziening of het daarmee samenhangende pgb niet of voor een ander doel gebruikt dan waarvoor het is bestemd. Als het college een beschikking op grond van het tweede lid, onder a, d en e heeft herzien of ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens door de jeugdige opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college van degene die daaraan opzettelijk zijn medewerking heeft verleend, geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van het ten onrechte genoten pgb. Een beschikking tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen 6 maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel