Voor de publieke plaatsen die nog wel geopend mogen zijn (zie paragraaf 2.3.1), gelden de volgende regels:
Een publieke plaats wordt slechts voor publiek opengesteld, indien de beheerder er zorg voor draagt dat:
Degene die geplaceerd is, uitsluitend van de aangewezen plaats gebruikmaakt;
Stromen van publiek gescheiden worden;
Hygienemaatregelen getroffen worden.
Daarnaast geldt dat een publieke binnenruimte slechts voor publiek mag worden opengesteld, indien per zelfstandige ruimte ten hoogste dertig personen als publiek aanwezig zijn.
Dit verbod geldt niet voor:
personen tot en met zeventien jaar die deelnemen aan georganiseerde jeugdactiviteiten en personen die deze activiteiten organiseren of begeleiden;
bezoekers bij een uitvaart, mits niet meer dan vijftig bezoekers aanwezig zijn;
personen die podiumkunsten beoefenen of acteren;
personen op doorstroomlocaties;
personen in voor publiek toegankelijke delen van onderwijsinstellingen, trainingsinstellingen en educatieve instellingen, locaties voor kinderopvang en zorglocaties;
personen en activiteiten als bedoeld in artikel 58g, tweede lid, onder c, d, e en h, van de wet;
personen die direct zijn betrokken bij een onderzoek ter zitting of het horen in verband met een bezwaarschrift of administratief beroep.
Doorstroomlocaties
Voor doorstroomlocaties geldt, met uitzondering van een parkeergarage, fietsenstalling, door het college van b&w aangewezen stemlokaal als bedoeld in artikel J4 van de Kieswet of andere locatie die wordt gebruikt ten behoeve van de uitvoering van een verkiezing als bedoeld in de Kieswet dan wel de Tijdelijke wet verkiezingen covid-19, luchthaven, station, halteplaats, of een andere bij het openbaar vervoer of ander bedrijfsmatig personenvervoer behorende voorziening en de daarbij behorende perrons, trappen, tunnels en liften, winkel en warenmarkt, dat deze slechts voor publiek mag worden opengesteld, indien de beheerder er zorg voor draagt dat:
het publiek vooraf reserveert voor aankomst in een bepaald tijdvak;
het publiek alleen wordt toegelaten in het vooraf gereserveerde tijdvak;
bij aankomst van het publiek een gezondheidscheck wordt uitgevoerd.
Een supermarkt mag slechts voor publiek worden opengesteld, indien de beheerder zich inspant om de toegang ten minste twee keer per dag een uur te beperken tot mensen die zichzelf beschouwen als oudere of als kwetsbare persoon.
Handhavingslijn:
Organisatoren leven het verbod en gestelde voorwaarden na op basis van eigen verantwoordelijkheid en handhaving van de regels geschiedt in eerste instantie door de organisator (high trust, high penalty);
Bij niet naleving van het verbod, wordt de ondernemer aangesproken en opgedragen om de overtreding direct te beëindigen en/of mitigerende maatregelen te treffen (mondelinge waarschuwing);
Bij een volgende constatering volgt er een (schriftelijke) bestuurlijke waarschuwing vanuit de burgemeester;
Indien geen gehoor wordt gegeven aan de bestuurlijke waarschuwing volgt een sluitingsbevel en/of bestuurlijke maatregel op grond van artikel 174 Gemeentewet en/of wordt proces-verbaal opgemaakt op grond van artikel 68bis, eerste lid, onder b Wpg met een boete van de eerste categorie;
In specifieke gevallen kan (daarnaast) een last onder dwangsom worden opgelegd op grond van artikel 58u, derde lid, onder a Wpg;
Bij een volgende overtreding van artikel 58h Wpg volgt opnieuw een (verzwarend) sluitingsbevel op grond van artikel 174 Gemeentewet en/of wordt proces-verbaal opgemaakt op grond van artikel 68bis, eerste lid, onder b Wpg met een boete van de eerste categorie;
Indien de situatie een exces betreft kan direct tot een spoedsluiting op grond van artikel 174 Gemeentewet (direct ongedaanmaking/ beëindiging situatie) worden overgegaan en/of proces-verbaal worden opgemaakt op grond van artikel 68bis, eerste lid, onder b Wpg met een boete van de eerste categorie.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.3
Artikel 2.3.2.