Het snoeien van bomen of het verwijderen van takken van een boom is de meest voorkomende beheermaatregel bij bomen. Gedurende de levensloop van een boom wordt meerdere malen een snoeibeurt uitgevoerd.
Vanuit de boom gezien is het in principe nooit nodig om te snoeien. In een natuurlijke situatie bepaalt de boom zelf welke tak hij laat afsterven. Dit wordt voornamelijk gestuurd door het rendement dat de boom kan halen uit het blad aan de betreffende tak tijdens de fotosynthese (het proces waarbij lichtenergie wordt gebruikt om koolstofdioxide om te zetten in koolhydraten, zoals glucose).
Veiligheid en het bereiken van het eindbeeld zijn de belangrijkste aanleidingen om een boom te snoeien. Takken die te laag hangen, die gevaar opleveren of in de toekomst gaan opleveren, dienen verwijderd te worden.
Naast de in hoofdstuk 2 omschreven zorgplicht speelt het gebruik van de grond rondom de boom sterk mee in de wijze van snoeien. Een boom langs een hoofdontsluitingsweg wordt hoger opgekroond dan een boom in een park. Over de hoofdontsluitingsweg rijden vrachtwagens met 80 kilometer per uur, terwijl in dat park alleen wandelaars en een maaimachine bij de boom komen. Wanneer in een boom langs een doorgaande weg een dode tak zit, wordt de tak verwijderd. Bij een boom die in een weiland staat, kan deze tak langer blijven zitten of hoeft zelfs helemaal niet verwijderd te worden.
Er wordt op sommige plaatsen ook met incidenteel gebruik rekening gehouden. Bijvoorbeeld een zandpad dat normaal door wandelaars gebruikt wordt, kan tevens als toegangsweg voor onderhoudsvoertuigen of bijvoorbeeld brandweer dienen.
Met elke levende tak die gesnoeid wordt, ontstaat een snoeiwond. Deze snoeiwond wordt door de boom afgesloten en overgroeid. Hoe groter de snoeiwond, hoe meer energie het de boom kost om dit af te sluiten en te overgroeien. Zolang de wond niet afgesloten en overgroeid is, blijft dit een invalsweg voor aantastingen. Boomtechnisch, maar ook qua kosten, is het sterk aan te bevelen om op tijd te snoeien in plaats van grote achterstanden te laten ontstaan.
Snoeien van de boom gebeurt niet met een vaste frequentie, maar op basis van noodzaak of op het moment dat er probleemtakken aanwezig zijn of zich vormen. Na uitvoering van een snoeibeurt dient de boom snoeitechnisch gezien op orde zijn. Dit betekent dat de boom na een snoeibeurt aan de volgende voorwaarden voldoet:
Geen afgestorven takken en probleemtakken (gebroken takken, takken in de takvrije zone en takken die onder de gegeven omstandigheden een onveilige toestand creëren, schade, of mechanische onbalans kunnen veroorzaken) in de kroon.
Geen takken waarvan de takdikte gemeten in centimeters meer is dan de ondergrens van de betreffende boomhoogteklasse gemeten in meters (geldt alleen voor bomen in de begeleidingssnoeifase).