Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Heffingsmaatstaf na verhuizing bij percelen die tot woning dienen

Onderdeel van Beleidsregels Rioolheffing 2021

1.. Indien een belastingplichtige in het jaar voorafgaand aan het belastingjaar waar de aanslag betrekking op heeft, verhuisd is in de zin van artikel 1.a. van deze beleidsregels, geldt het volgende: Indien belastingplichtige kan aantonen dat het eigen waterverbruik van de vorige woning over de verbruiksperiode als bedoeld in artikel 5 van de verordening, minder is dan het waterverbruik dat naar het perceel van de nieuwe woning is toegevoerd en dit tevens leidt tot toepassing van een hogere staffel, dan kan hij een verzoek doen tot aanpassing van het waterverbruik Indien een belastingplichtige in het jaar voorafgaand aan het belastingjaar waar de aanslag betrekking op heeft, verhuisd is maar niet in de zin van artikel 1.a. van deze beleidsregel, geldt het volgende: Indien belastingplichtige niet kan aantonen wat zijn waterverbruik van de vorige woning over de verbruiksperiode als bedoeld in artikel 5 van de verordening was dan kan hij een verzoek doen tot aanpassing van het waterverbruik en maakt daarbij aannemelijk waarom hij of zij het waterverbruik niet kan aantonen. 2.. Bij het verzoek op grond van artikel 2, eerste lid onder a, overlegt de belastingplichtige bewijsstukken, waaronder een afschrift van de afrekennota van het waterbedrijf over de betreffende verbruiksperiode. 3.. De heffingsambtenaar beoordeelt de overgelegde gegevens en beslist op het verzoek. 4.. Indien de heffingsambtenaar het verzoek toewijst, wordt het waterverbruik gesteld op 45 m3 water per persoon per jaar. Voor het bepalen van het aantal personen wordt uitgegaan van het aantal personen dat op 1 januari van het belastingjaar op het adres is ingeschreven. 5.. Een verzoek tot aanpassing moet binnen zes weken na dagtekening van de aanslag schriftelijk worden ingediend bij de Heffingsambtenaar.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel