Het is verboden om bij het realiseren van nieuwe verharding of het vernieuwen van bestaande verharding hemelwater te lozen op de riolering of openbaar terrein.
De perceeleigenaar heeft de verplichting het hemelwater op eigen terrein te verwerken, waarvoor geldt dat:
bij het realiseren van nieuwe verharding of het vernieuwen van bestaande verharding met een oppervlakte van 500 m² of meer, de te realiseren hemelwatervoorziening minimaal 60 mm per m² toename verhard oppervlak of vernieuwing bestaand verhard oppervlak kan verwerken;
bij het realiseren van nieuwe verharding of het vernieuwen van bestaande verharding met een oppervlakte van minder dan 500 m², de te realiseren hemelwatervoorziening minimaal 10 mm per m² toename verhard oppervlak of vernieuwing bestaand verhard oppervlak kan verwerken.
Deze verplichting geldt niet indien voor de betreffende oppervlakte aan nieuwe verharding of vernieuwde bestaande verharding, een groen dak wordt gerealiseerd met een minimale bergingscapaciteit van 25 mm per m².
In afwijking van het tweede lid geldt dat indien een perceel is aangesloten op drukriolering de eigenaar van het betreffende perceel de verplichting heeft het hemelwater volledig op eigen terrein te verwerken.
Indien voor het realiseren van nieuwe verharding of het vernieuwen van bestaande verharding een vergunning voor een andere activiteit is benodigd, worden bij de aanvraag voor die vergunning de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
een berekening van de wateropgave;
een situatietekening van de hemelwatervoorziening.
De hiervoor bedoelde hemelwatervoorziening dient uiterlijk 10 weken na het gereedkomen van de nieuwe verharding of vernieuwde bestaande verharding gerealiseerd te zijn. Aansluiting van de hemelwatervoorziening op gemeentelijke voorzieningen, zoals straatkolken, leidingen en de openbare weg, dienen volgens de eisen van het college als beheerder te worden uitgevoerd.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.15
Verbod op het lozen van hemelwater
Onderdeel van Verordening Bomen, Water en Groen ’s-Hertogenbosch 2021