Indien een beschermde houtopstand waarop het verbod tot vellen van toepassing is als bedoeld in afdeling 4.2 zonder omgevingsvergunning van het college is geveld, dan wel op andere wijze teniet is gegaan, kan het college de verplichting opleggen te herplanten overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen en binnen een door hen te stellen termijn. Daarbij wordt eveneens bepaald binnen welke termijn na herplant en op welke wijze niet aangeslagen herplant moet worden vervangen.
De verplichting als bedoeld in het eerste lid kan worden opgelegd aan de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de houtopstand bevond dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is.
Indien het ter plaatse niet mogelijk is om te herplanten kan het college verplichten dat een geldelijke bijdrage dient te worden gestort in het Bomenfonds. De geldelijke bijdrage kan worden vastgesteld op grond van de boomwaarde of de vervangingswaarde.
Degene aan wie de verplichting als bedoeld in het eerste tot het derde lid is opgelegd, alsmede zijn rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.2
Herplantplicht beschermde houtopstanden
Onderdeel van Verordening Bomen, Water en Groen ’s-Hertogenbosch 2021