Naar hoofdinhoud
1.. De premie voor het verrichten van onbeloonde additionele werkzaamheden genoemd in artikel 9 lid 2 sub f ( 2e volzin ) van de verordening wordt vastgesteld op maximaal € 300,- 2.. De hoogte van de premie is afhankelijk van het gemiddeld aantal gewerkte uren per week in de voorafgaande 6 maanden en bedraagt bij een gemiddelde uren inzet van 8 tot 16 uur per week 50% van het in het eerste lid genoemde bedrag; bij een gemiddelde uren inzet van 16 tot 24 uur per week 75% van het in het eerste lid genoemde bedrag; bij een gemiddelde uren inzet van meer dan 24 uur per week 100% van het in het eerste lid genoemde bedrag; 3.. Het recht op een premie als bedoeld in het eerste lid wordt elke zes maanden beoordeeld en vastgesteld. 4.. De premie wordt geweigerd indien bij de beoordeling blijkt dat de belanghebbende de aan de onbeloonde additionele werkzaamheden verbonden verplichtingen in de voorafgaande zes maanden heeft geschonden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel