**1..** Een raadslid kan aan de burgemeester of aan het college schriftelijk politieke vragen stellen over onderwerpen, behorend tot het dagelijks bestuur van de gemeente.
**2..** De vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Het onderwerp van de vragen moet binnen de bevoegdheid van het gemeentebestuur vallen. De vragen richten zich op het beleid van gemeente en niet op het oplossen van individuele situaties. Er mogen niet reeds dezelfde vragen door een ander raadslid zijn gesteld. Het onderwerp komt niet op korte termijn al aan de orde in een raadscommissie of raadsvergadering.
**3..** De vragen worden bij de griffie ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen terstond via de Dagpost worden verspreid.
**4..** Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen 28 dagen nadat de vragen zijn binnengekomen. Als beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, krijgt de vragensteller daarvan gemotiveerd schriftelijk bericht van de burgemeester dan wel het college, waarbij aangegeven wordt binnen welke termijn beantwoording zal plaats vinden.
**5..** De antwoorden met de daarbij behorende vragen worden door het college toegezonden aan de griffie en door de griffie door middel van verzending via de Dagpost en plaatsing in het raadsinformatiesysteem ter kennis gebracht van alle raads- en commissieleden.
**6..** De vragensteller kan bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering nadere inlichtingen vragen over het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist.
Hoofdstuk 6
Artikel 33