Naar hoofdinhoud
1.. Voor gebruik van de milieustraat gelden de regels in dit artikel. Het zijn regels zoals bedoeld in artikel 6, vijfde lid, onder b van de Afvalstoffenverordening. 2.. De milieustraat is uitsluitend toegankelijk met behulp van een milieupas die door of namens het college is verstrekt. 3.. Het is verboden om de navolgende huishoudelijke afvalstoffen op de milieustraat aan te bieden: afvalstoffen die afkomstig zijn van – of aangeboden worden door – bedrijven; gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van asbest; afvalstoffen die overmatige stank verspreiden of ongedierte bevatten en waarvoor een andere mogelijkheid bestaat om ze te verwijderen; afvalstoffen die brand kunnen veroorzaken; autowrakken; huishoudelijke afvalstoffen die geen grof huishoudelijk afval zijn en die ook niet onder een andere categorie valt die op de milieustraat wordt ingezameld; fijn huishoudelijk afval dat in een minicontainer of ondergrondse container ingezameld wordt. 4.. Op de milieustraat gelden de volgende regels: het afval moet gescheiden in de juiste container worden gedaan; elektrische en elektronische apparatuur moet schoon zijn en zonder batterijen; asbest mag uitsluitend op de milieustraat per perceel en met voorafgaande sloopvergunning/melding via omgevingsloket, worden aangeboden en in een hoeveelheid van maximaal 35 m2 per perceel asbest moet volgens de aanwijzingen van de beheerder in de juiste container worden gedaan; het brengen van kadavers moet voordat de bewoner de milieustraat oprijdt, bij de beheerder zijn gemeld; kadavers moeten zonder verpakking in de daarvoor bestemde container worden gedaan; het is voor bewoners niet toegestaan om de milieustraat te betreden met tractoren, shovels, heftrucks, voertuigen waarvoor een ander rijbewijs nodig is dan B of E, combinaties met een hoger gewicht dan 3500 kg of een lengte van meer dan 12 meter; personen jonger dan 12 jaar moeten in de auto blijven. 5.. Indien de omstandigheden op en rond de milieustraat daar aanleiding toe geven, kan het college besluiten om bepaalde huishoudelijke afvalstoffen tijdelijk niet te accepteren. Het college voorziet in die gevallen in een vervangende voorziening. 6.. De beheerder van de milieustraat kan aan een ieder die zich op de milieustraat bevindt of voornemens is afvalstoffen naar de milieustraat te brengen, aanwijzingen geven over: het behandelen van afvalstoffen; het gebruik van de milieustraat en de voorzieningen daarop; het betreden van de milieustraat; voor zover die aanwijzingen nodig zijn om: de veiligheid van personen te beschermen; de gescheiden inzameling van herbruikbare afvalstoffen te bevorderen; te zorgen dat de afvalstoffen op de juiste wijze worden aangeboden en in de juiste container terecht komen; de voorschriften worden nageleefd waaraan de milieustraat is gebonden vanuit de milieuregelgeving die voor deze inrichting geldt, waaronder in ieder geval de voorschriften krachtens hoofdstuk 8 van de Wet milieubeheer; de materialen en eigendommen van de gemeente of derden te beschermen en schade aan het terrein te voorkomen; het efficiënt gebruik van de milieustraat te bevorderen, waaronder in ieder geval aanwijzingen die de doorstroming van de bezoekers bevorderen en het weren van voertuigen die door hun aard of omvang belemmeringen kunnen veroorzaken. 7.. Een ieder die zich op de milieustraat bevindt, is verplicht om de aanwijzingen van de beheerder stipt en onmiddellijk op te volgen 8.. Huishoudelijke afvalstoffen mogen uitsluitend door een vervoerder van de milieustraat worden afgevoerd en uitsluitend voor zover dat gebeurt op basis van een overeenkomt met het college.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel