De financiële compensatie voor bovenwijkse voorzieningen als bedoeld in artikel 5, onder e, voor een vergunning bestaat uit het, onmiddellijk voorafgaand aan het definitief verlenen van de vergunning, betalen van onderstaande bedragen:
€ 12.500,- voor het splitsen van woonruimte per toegevoegde woning ten opzichte van de oorspronkelijke, of een latere onherroepelijke, bouwvergunning/omgevingsvergunning bouwen; indien het betreft een tot bewoning bestemde, maar niet feitelijk-bouwkundig aanwezige woonruimte, wordt die tot woning bestemde ruimte als één woning beschouwd;
€ 4.000,- voor het omzetten van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte per gevormde onzelfstandige woonruimte onder aftrek van het ten tijde van de aanvraag aanwezige aantal woon- en slaapkamers met een grotere oppervlakte dan 12 m2 in de oorspronkelijke zelfstandige woonruimte (woning), zoals dat blijkt uit de geldende bouwvergunning of omgevingsvergunning bouwen.
Indien de financiële compensatie niet of niet tijdig is voldaan, leidt dit tot het weigeren van de vergunning, zoals voorgeschreven in artikel 5, lid 1, sub e.
Financiële compensatie is niet verschuldigd, indien een pand, dat feitelijk in gebruik is overeenkomstig een geldende omzettingsvergunning, wordt omgevormd (gesplitst) in ten hoogste het aantal zelfstandige woningen, dat op grond van de fysieke eisen in de door burgemeester en wethouders vastgestelde ‘Beleidsnotitie en beleidsregels omzetten en splitsen zelfstandige woonruimte’ mogelijk is; de omzettingsvergunning wordt per dezelfde datum als de datum van verlening van de voor de woningvorming vereiste splitsingsvergunning en/of de omgevingsvergunning bouwen ingetrokken.
Deze compensatiegelden zullen door burgemeester en wethouders worden aangewend in het kader van de leefbaarheid en/of ten behoeve van de volkshuisvesting.
Het bepaalde in titel 4.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Bestuursrechtelijke geldschulden) is van toepassing.