In deze paragraaf staan de procedurele uitgangspunten beschreven die de burgemeester van Meierijstad in acht neemt bij het toepassen van bestuursdwang op grond van artikel 13b van de Opiumwet.
Bekendmaking
Als eerste procedurele uitgangspunt geldt dat het besluit tot het opleggen van de last onder bestuursdwang bekend wordt gemaakt aan de overtreder en aan de rechthebbenden op (het gebruik van) het pand en/of het bijbehorende erf.
Hierbij moet worden gerealiseerd dat volgens de rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de eigenaar van een pand in principe als overtreder van artikel 13b van de Opiumwet kan worden aangemerkt, indien hij wist of redelijkerwijs had kunnen weten dat het pand als – kort gezegd – drugspand werd gebruikt. Van de eigenaar van een pand mag namelijk worden gevergd dat hij zich tot op zekere hoogte informeert over het gebruik dat van dat pand wordt gemaakt.
Gelegenheid tot het geven van een zienswijze
Volgens deze beleidsregel geldt als volgend procedureel uitgangspunt dat – behoudens spoedeisende gevallen (zie hierna) – de belanghebbende(n) in de gelegenheid worden gesteld om zijn zienswijze naar voren te brengen, voordat het definitieve besluit tot sluiting wordt genomen.
Er zal daarom eerst een voornemen tot sluiting worden bekendgemaakt, waarin de aangeschreven belanghebbende(n) een korte termijn wordt geboden voor het indienen van een (bij voorkeur) schriftelijke zienswijze. Dit kan eventueel ook telefonisch (mondeling). Na afloop van de zienswijzeperiode neemt de burgemeester een definitief besluit.
Spoedeisende situaties
In spoedeisende situaties kan de burgemeester op grond van artikel 4:11 en 5:31 van de Awb spoedeisende bestuursdwang toepassen. Het pand wordt dan direct gesloten. De burgemeester biedt dan niet de mogelijkheid om eerst een zienswijze in te dienen. Van een spoedeisende situatie is in ieder geval sprake bij acuut gevaar voor de veiligheid of gezondheid van personen of voor de openbare orde, bijvoorbeeld door brandgevaar of doordat giftige stoffen of gassen (kunnen) vrijkomen of bij zich direct aandienende risico’s door of vanwege het criminele drugscircuit.
Belangenafweging
Als procedureel uitgangspunt geldt dat de burgemeester bij het nemen van zijn definitieve besluit (o.a. op basis van de zienswijze) alle relevante omstandigheden van het geval zal betrekken in zijn beoordeling. Hij zal bezien of de omstandigheden op zichzelf dan wel samen met andere omstandigheden moeten worden aangemerkt als bijzondere omstandigheden in de zin van artikel 4:84 van de Awb, die maken dat handelen overeenkomstig deze beleidsregel gevolgen heeft die onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregels te dienen doelen, waardoor van het beleid zou moeten worden afgeweken.
Begunstigingstermijn/zelf voldoen aan last
In het definitieve besluit tot toepassing van bestuursdwang staat een (korte) begunstigingstermijn. Binnen die termijn wordt de belanghebbende in de gelegenheid gesteld zelf uitvoering te geven aan de gelaste sluiting van het pand (en/of bijbehorende erven). Het feitelijk sluiten gebeurt in de aanwezigheid van een vertegenwoordiger van de gemeente die daartoe door de burgemeester is aangewezen. De sloten kunnen eventueel worden vervangen. Deuren, ramen en andere toegangen worden verzegeld. De sleutels blijven gedurende de sluiting in het bezit van de gemeente.
De begunstigingstermijn is er tevens voor bedoeld de belanghebbende de gelegenheid te geven om vóór de sluiting van het pand en/of het bijbehorende erf de maatregelen te treffen die nodig zijn in verband met de sluitingsperiode, zoals het verwijderen van persoonlijke spullen of bederfelijke waren, het afsluiten van gas, water en elektra, etc.
Effectueren bestuursdwang
Als de begunstigingstermijn is verstreken en de gelaste sluiting niet of niet tijdig is uitgevoerd, dan zal de burgemeester opdracht geven tot het door feitelijk handelen geheel of gedeeltelijk sluiten van het pand en/of het bijbehorende erf. In dat geval zal het pand worden gesloten, eventueel door de vervanging van de sloten. Daarnaast worden de deuren en ramen en andere doorgangen die toegang (kunnen) verschaffen tot het pand en/of het bijbehorende erf verzegeld.
Kennisgeving/kenbaarheid sluiting
Als volgend uitgangspunt geldt dat zowel als de belanghebbende binnen de begunstigingstermijn zelf de sluiting effectueert, als wanneer dit gebeurt door de burgemeester, de sluiting kenbaar wordt gemaakt door het aanbrengen van borden/stickers aan of binnen het pand of aan de toegang tot het bijbehorende erf. Op de borden/stickers staat dat het pand en/of bijbehorende erf is gesloten op last van de burgemeester op grond van artikel 13b van de Opiumwet. De reden van deze openbare kennisgeving van de sluiting is dat publiekelijk bekend wordt gemaakt dat in het pand en/of het bijbehorende erf geen met de Opiumwet strijdige activiteiten meer plaatsvinden en dat actief wordt opgetreden tegen overtredingen van de Opiumwet. De burgemeester haalt hiermee de loop van en naar het pand eruit. Hiermee beoogt de burgemeester van Meierijstad in het bijzonder te voorkomen dat in het pand en/of het bijbehorende erf of in de omgeving daarvan opnieuw met de Opiumwet strijdige activiteiten worden ontplooid.
Betreden gesloten verklaard pand strafbaar
Het is op grond van artikel 2:41 APV verboden een gebouw, inrichting of ruimte te betreden waarvan de sluiting is bevolen. Daarnaast is het verbreken van een zegel op grond van artikel 199 van het Wetboek van Strafrecht strafbaar. De burgemeester doet aangifte van het betreden van een gesloten verklaard pand zonder een vooraf gegeven toestemming.
Een op grond van artikel 13b van de Opiumwet gesloten pand en/of het bijbehorende erf mag alleen worden betreden als de burgemeester daarvoor toestemming heeft gegeven (artikel 2:40b lid 6 APV). In de regel zal de burgemeester van Meierijstad slechts toestemming geven bij een dringende of zwaarwichtige reden om het gesloten pand en/of het bijbehorende erf tussentijds te betreden. Daarom zal de belanghebbende eerst schriftelijk en gemotiveerd moeten verzoeken om toestemming. Uit het verzoek moet blijken voor wie, welk doel en welke duur betreding van het gesloten pand en/of het bijbehorende erf nodig is. De burgemeester kan voorwaarden verbinden aan de toestemming.
Registratie van sluitingen en waarschuwing in registers
De burgemeester is op grond van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen (WKPB) verplicht om binnen vier dagen na bekendmaking van het besluit, in het beperkingenregister in ieder geval aan te tekenen dat een pand en/of bijbehorende erf is gesloten. Dit geldt niet voor een waarschuwing, terwijl dit wel wenselijk is. De waarschuwing is immers aan het pand en niet aan de overtreder gebonden. Een eventuele opvolgende eigenaar/huurder/gebruiker zou daarom kunnen worden geconfronteerd met de gevolgen van een eerder afgegeven waarschuwing. Om te voorkomen dat belanghebbenden voor verrassingen komen te staan, wordt ook de waarschuwing geregistreerd. Indien de sluiting is opgeheven wordt dit ook in het WKPB-register geregistreerd.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.5
Procedureverloop bij sluiting van het pand (en bijbehorende erven)
Onderdeel van Beleidsregels 13b Opiumwet Meierijstad