Naar hoofdinhoud
1.. De definities in artikel 1.1 van de Wet Bibob zijn van overeenkomstige toepassing op deze beleidsregels, tenzij daarover in lid 2 anders is bepaald. 2.. In deze beleidsregels wordt verstaan onder: Wet Bibob: de Wet ter bevordering integriteitsbeoordeling openbaar bestuur. Bestuursorgaan: de burgemeester onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders. Bibob-toets: het door de gemeente Uitgeest ingestelde onderzoek naar: de integriteit van de betrokkene (zie onder g) en/of van het zakelijk samenwerkingsverband waarmee de betrokkene een samenwerking aangaat; de transparantie van de bedrijfs-/organisatiestructuur en de wijze van financiering; al dan niet geadviseerd door het LandelijkBureau Bibob. De Bibob-toets start met het uitreiken van een vragenformulier Bibob aan de betrokkene. Landelijk Bureau Bibob (hierna LBB): het Bureau tot bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet Bibob. RIEC: Regionaal Informatie en Expertise Centrum. Dit centrum richt zich op de geïntegreerde aanpak bij bestrijding van ondermijnende criminaliteit. OM: Openbaar Ministerie. Betrokkene: de aanvrager van een beschikking, de houder van een vergunning, de natuurlijke persoon of rechtspersoon met wie een vastgoedtransactie is aangegaan of zal worden aangegaan, de subsidie-ontvanger, de gegadigde die wil deelnemen aan een aanbestedingsproces, de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een overheidsopdracht is of zal worden gegund, de onderaannemer. Eigen onderzoek: de wijze van behandelen van een aanvraag waarbij met toepassing van de wet door het bestuursorgaan wordt beoordeeld of er redenen aanwezig zijn om de aanvraag te weigeren, respectievelijk de beschikking in te trekken of te beëindigen, daaraan voorschriften te verbinden dan wel een advies bij het LBB aan te vragen. Overheidsopdracht: een opdracht als beschreven in artikel 1 van de wet en waarop de Wet Bibob kan worden toegepast. Vastgoedtransactie: een overeenkomst of een andere rechtshandeling (waaronder ook een anterieure overeenkomst) met betrekking tot een onroerende zaak met als doel: het verwerven of vervreemden van een recht op eigendom of het vestigen, vervreemden of wijzigen van een zakelijk recht; huur of verhuur; het verlenen van een gebruiksrecht; of de deelname aan een rechtspersoon, een commanditaire vennootschap of een vennootschap onder firma die het recht op eigendom of een zakelijk recht met betrekking tot die onroerende zaak heeft of die onroerende zaak huurt of verhuurt; toestemming voor vervreemding van erfpacht als bedoeld in artikel 91, eerste lid van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel