Naar hoofdinhoud
1.. Voordat een eigen onderzoek naar het zich voordoen van weigeringsgronden van de Wet Bibob wordt gestart, zal een aanvraag zo veel als mogelijk eerst beoordeeld worden conform de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht en de reguliere weigeringsgronden vanuit de onderliggende regelgeving van desbetreffende vergunning. (subsidiariteitsbeginsel). 2.. Het onderzoek naar het zich voordoen van weigeringsgronden bestaat uit: het beoordelen van de aanvraag tot het verlenen van een beschikking of het aangaan van een vastgoedtransactie en in dat kader overgelegde gegevens, mede aan de hand van bij het bestuursorgaan bekende feiten en omstandigheden. het verzamelen en analyseren van informatie die al dan niet door middel van de in het vorige artikel bedoelde aanvraag en vragenformulieren en de daarbij te voegen bijlagen is verstrekt door de aanvrager en de gegevens die zijn verkregen uit informatiebronnen die het bestuursorgaan volgens de wet kan raadplegen. 3.. Het bestuursorgaan kan zich bij het onderzoek laten ondersteunen door het RIEC Noord-Holland. 4.. Indien het hiervoor genoemde onderzoek onvoldoende uitsluitsel geeft over de mate van gevaar, wordt een advies als bedoeld in artikel 9 van de Wet Bibob ingewonnen bij het LBB. Dit advies zal worden aangevraagd als: na het eigen onderzoek vragen blijven bestaan omtrent de betrokkene of aan betrokkene gerelateerde personen zoals bedoeld in artikel 3 lid 4 van de Wet Bibob; na het eigen onderzoek vragen blijven bestaan over de bedrijfsstructuur; na het eigen onderzoek vragen blijven bestaan over de financiering; de officier van justitie gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid op grond van artikel 26 van de wet; informatie is verkregen van één van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC; andere relevante informatie daartoe aanleiding geeft.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel